Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
CAK,
1.De procedure
- de schriftelijke weergave van het mondelinge antwoord
- de conclusie van repliek.
Rechtbank Limburg
CAK vordert betaling van een openstaande eigen bijdrage van €112,00 over de eerste helft van 2022, vermeerderd met rente en incassokosten, van gedaagde die zorg ontvangt op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning.
Gedaagde betwist niet de hoofdsom maar stelt dat zij tijdig heeft betaald. De rechtbank oordeelt dat de betaling pas op 30 december 2022 door CAK is ontvangen, terwijl CAK had medegedeeld dat betaling aan het incassobureau Flanderijn moest plaatsvinden. De terugboeking van het bedrag door CAK wordt niet geaccepteerd, omdat CAK nog bevoegd was de betaling te ontvangen.
De rechtbank wijst de gevorderde incassokosten af omdat deze pas na betaling zijn aangezegd en kent de wettelijke rente toe vanaf de dagvaarding. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de hoofdsom en rente en tot vergoeding van de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €112,00 plus wettelijke rente vanaf dagvaarding en proceskosten, incassokosten worden afgewezen.