Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De vordering van de officier van justitie
3.De beoordeling
- een ander trachten te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen of uit te lokken;
- een ander trachten te bewegen daarbij behulpzaam te zijn of daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen;
- zich of een ander gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van die feiten trachten te verschaffen;
- voorwerpen en vervoermiddelen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van die feiten.'
€ 3.000,00in beslag genomen.
€ 51.492,21contant gestort op de bankrekening van [verdachte] .
Audi Q5, [kenteken 3] (pg. 12)
€ 15.949,50.
€ 10.000,00.
€ 10.890,00.
€ 7.301,85.
€ 17.500,00.
- € 51.492,21 aan contante uitgaven in de vorm van stortingen;
- € 36.839,50 aan contante uitgaven voor de aankoop van voertuigen;
- € 13.311,09 aan contante overige uitgaven;
- € 17.500,00 contante inkomsten uit de verkoop van een voertuig;
- € 7.301,85 aan contante inkomsten in de vorm van bankopnames;
4.Het wettelijke voorschrift
5.De beslissing
- stelt het bedrag, waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat, vast op
- legt [verdachte] de verplichting op tot
gijzelingdie met toepassing van artikel 6:6:25 van Pro het Wetboek van Strafvordering ten hoogste kan worden gevorderd op
1080 dagen.