Uitspraak
1.De procedure
- de akte van VGZ.
2.De verdere beoordeling
- rente tot 30 oktober 2023
€
133,06
Rechtbank Limburg
VGZ vordert betaling van achterstallige zorgpremies en zorgkosten van gedaagde, gespecificeerd vanaf november 2016. De vordering is voldoende gespecificeerd en niet verjaard, mede door stuiting door brieven van VGZ.
Gedaagde voert verweer dat de vordering verjaard is, dat alles via een regeling is betaald, dat ten onrechte premies zijn doorberekend tijdens verblijf in Aruba, en dat sommige declaraties onjuist zijn. Deze verweren worden niet onderbouwd met bewijs en zijn onvoldoende gemotiveerd.
De kantonrechter oordeelt dat de zorgverzekering is beëindigd per 30 juli 2021 en dat de premies correct zijn berekend. Betwiste declaraties zijn onvoldoende onderbouwd en gedaagde erkent feitelijk de vordering door eerdere betalingsregelingen.
De vordering wordt toegewezen tot een bedrag van €1.356,60, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 30 oktober 2023, en gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €1.356,60 plus wettelijke rente en incassokosten, en in de proceskosten.