ECLI:NL:RBLIM:2024:6449

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
18 september 2024
Publicatiedatum
20 september 2024
Zaaknummer
11106505 \ CV EXPL 24-2464
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BWVerordening (EU) nr. 1215/2012Verordening (EU) nr. 593/2008
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betalingsvordering consument na online aankoop met achteraf betalen

Coeo Securitisation Limited vordert betaling van €234,12 plus wettelijke rente van een consument die meerdere goederen bestelde via de website van Zalando en koos voor achteraf betalen, maar niet betaalde. Coeo baseert haar vordering op de koopovereenkomst tussen Zalando en de consument en de overdracht van de vordering via Zalando Payments GmbH.

De consument voert geen inhoudelijk verweer, maar meldt een onderbewindstelling en mentorschap. De rechtbank beoordeelt eerst haar bevoegdheid en toepasselijk recht en stelt vast dat de Nederlandse rechter bevoegd is en Nederlands recht van toepassing is.

De kantonrechter oordeelt dat de hoofdsom van €234,12 niet is betwist en toewijsbaar is. De wettelijke rente wordt toegewezen vanaf de dag van dagvaarding, omdat geen betalingstermijn of verzuim vóór die datum is vastgesteld. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen wegens ontbreken van bewijs van verzuim en betalingstermijn. De consument wordt veroordeeld tot betaling van de hoofdsom, rente vanaf 19 april 2024, en proceskosten.

Uitkomst: Consument wordt veroordeeld tot betaling van €234,12 plus wettelijke rente vanaf dagvaarding en proceskosten; incassokosten worden afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 11106505 \ CV EXPL 24-2464
Vonnis van 18 september 2024
in de zaak van
COEO SECURITISATION LIMITED,
gevestigd te Dublin, Ierland,
eisende partij,
hierna te noemen: Coeo,
gemachtigde: Van Lith Gerechtsdeurwaarders en Incasso,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: Kubus Bewindvoering.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

[gedaagde] heeft op of omstreeks 21 november 2022 meerdere zaken besteld via de website van Zalando SE (hierna: Zalando). Er is sprake van een consumentenkoop op afstand tussen Zalando en [gedaagde] . [gedaagde] heeft gekozen voor de mogelijkheid om achteraf te betalen. [gedaagde] is niet overgegaan tot betaling.

3.Het geschil

3.1.
Coeo vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 290,65, vermeerderd met de wettelijke rente over een bedrag van € 234,12 vanaf de datum van de dagvaarding tot de dag van volledige betaling en met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.
3.2.
Ter onderbouwing van haar vordering voert Coeo (samengevat) het volgende aan. Tussen Zalando en [gedaagde] is een koopovereenkomst tot stand gekomen, waarbij [gedaagde] voor een bedrag van € 234,12 aan zaken heeft gekocht en geleverd heeft gekregen. Zalando heeft haar vordering op [gedaagde] overgedragen aan Zalando Payments GmbH. Zalando Payments GmbH heeft de vordering vervolgens verkocht aan Coeo. Coeo vordert nakoming van de koopovereenkomst. Doordat [gedaagde] de facturen onbetaald heeft gelaten, maakt Coeo aanspraak op de wettelijke rente. Coeo berekent de wettelijke rente vanaf 6 december 2022 tot 19 april 2024 op € 16,53. Voorts stelt Coeo dat aan haar een vergoeding van € 40,00 voor buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd is.
3.3.
[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] geeft te kennen dat voor haar een onderbewindstelling en mentorschap zijn aangevraagd. Inhoudelijk wordt er niet op de stellingen van Coeo gereageerd.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
De kantonrechter stelt vast dat het geschil een internationaal karakter draagt omdat Coeo in Ierland is gevestigd. Allereerst dient daarom ambtshalve te worden beoordeeld of de Nederlandse rechter bevoegd is om van het geschil kennis te nemen en welk recht op het geschil van toepassing is.
4.2.
Op grond van artikel 18 van Pro de Verordening (EU) nr. 1215/2012 is de Nederlandse rechter bevoegd om van dit geschil kennis te nemen, omdat dit geschil ziet op een consumentenovereenkomst en de rechtsvordering wordt ingesteld tegen [gedaagde] als consument die woonachtig is in Nederland. Op dit geschil is Nederlands recht van toepassing conform artikel 6 van Pro de Verordening (EU) nr. 593/2008.
4.3.
Gelet op het voorgaande komt de kantonrechter toe aan een inhoudelijke beoordeling van het geschil naar Nederlands recht.
4.4.
[gedaagde] heeft geen inhoudelijk verweer gevoerd tegen de gevorderde hoofdsom van € 234,12 zodat deze als niet weersproken tussen partijen vast staat en als onvoldoende betwist zal worden toegewezen.
4.5.
De gevorderde rente over de hoofdsom kan slechts worden toegewezen met ingang van de datum van dagvaarding. Coeo stelt dat in deze zaak een verzuimtermijn geldt van veertien dagen na factuurdatum. Onduidelijk is waarop deze termijn is gebaseerd. Op de facturen staat geen betalingstermijn. Evenmin heeft Coeo gesteld dat deze termijn met [gedaagde] is overeengekomen. Op grond van deze overwegingen is de wettelijke rente tot de dag van de dagvaarding niet toewijsbaar, omdat niet is komen vast te staan dat [gedaagde] tot die datum in verzuim verkeerde. Wel zal de wettelijke rente over de hoofdsom worden toegewezen vanaf de datum van de dagvaarding, zijnde 19 april 2024. Door de dagvaarding is in elk geval verzuim ingetreden.
4.6.
Coeo vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Alvorens aanspraak bestaat op vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten, moet kunnen worden vastgesteld dat, en met ingang van welke datum, [gedaagde] in verzuim is. Coeo stelt dat er een verzuimtermijn geldt van veertien dagen na factuurdatum. Zoals uit voorgaande blijkt, heeft Coeo nagelaten om op de facturen een betalingstermijn te vermelden. Om die reden kan niet worden vastgesteld dat de veertiendagenbrief is gestuurd nadat [gedaagde] in verzuim is geraakt, zodat de vordering tot vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten zal worden afgewezen.
4.7.
[gedaagde] wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Coeo worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
113,54
- griffierecht
130,00
- salaris gemachtigde
164,00
(2,00 punten × € 82,00)
- nakosten
20,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
427,54

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Coeo te betalen een bedrag van € 234,12, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het toegewezen bedrag, met ingang van 19 april 2024, tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 427,54, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.J. Quaedackers en in het openbaar uitgesproken op 18 september 2024.
VC