Uitspraak
1.De procedure
- de brief waarbij een mondelinge behandeling is bepaald;
Rechtbank Limburg
De huurder huurt sinds september 2022 een woning en heeft een huurachterstand opgebouwd die bij dagvaarding vier maanden bedroeg en bij mondelinge behandeling was opgelopen tot tien maanden. De verhuurder vorderde ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming en betaling van de huurachterstand inclusief incassokosten en wettelijke rente.
De huurder stelde dat de verhuurder niet had voldaan aan de meldplicht bij de gemeentelijke schuldhulpverlening en dat hij vanwege een lopende aanvraag voor een uitkering niet kon betalen. Tevens betwistte hij de huurprijsverhoging per januari 2024 en verrekende hij contante betalingen en een vergoeding voor het knippen van haren met de huurachterstand. Daarnaast vorderde hij herstel van gebreken wegens schimmel en huurprijsvermindering.
De kantonrechter oordeelde dat de huurachterstand van tien maanden een ernstige tekortkoming vormt die ontbinding rechtvaardigt. De niet-melding bij de schuldhulpverlening en de aanvraag voor een uitkering zijn onvoldoende om ontbinding te voorkomen. De huurprijsverhoging was niet geldig omdat geen voorstel was gedaan. De huurachterstand werd gecorrigeerd naar € 2.290,00. De vorderingen tot herstel van gebreken en huurprijsvermindering werden afgewezen wegens gebrek aan belang en onvoldoende verminderd huurgenot.
De kantonrechter bekrachtigde het verstekvonnis voor het overige, veroordeelde de huurder tot betaling van de aangepaste huurachterstand en maandelijkse gebruiksvergoeding tot ontruiming, en legde proceskosten van € 408,00 op.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurder veroordeeld tot betaling van een aangepaste huurachterstand en ontruimingsvergoeding, met afwijzing van herstel- en huurprijsverminderingsvorderingen.