ECLI:NL:RBLIM:2024:6651

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
18 september 2024
Publicatiedatum
26 september 2024
Zaaknummer
11274851 EZ VERZ 24-268
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:210 BWArt. 4:211 lid 1 BWArt. 4:215 lid 2 BW
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aanwijzing andere gemachtigde voor vereffenaars nalatenschap wegens belangenverstrengeling

Op 18 september 2024 heeft de Rechtbank Limburg een beschikking gegeven inzake een verzoek van erfgenamen om de vereffenaars van een nalatenschap te verplichten een andere gemachtigde aan te wijzen dan de huidige gemachtigde. De erflater was in 2023 overleden, waarna zijn broer en zussen als erfgenamen zijn aangewezen.

De huidige gemachtigde trad op in procedures die de erflater zelf en samen met een van de erfgenamen voerden. Na het overlijden zijn deze procedures voortgezet door de nalatenschap, waarbij de vereffenaars de gemachtigde hebben gemachtigd te blijven optreden. Verzoekers vreesden belangenverstrengeling omdat de gemachtigde betrokken was bij procedures tegen hen, terwijl zij mede-erfgenamen zijn.

De kantonrechter oordeelde dat ondanks de professionele expertise van de vereffenaars en hun bevoegdheden, het verzoek tot aanwijzing van een andere gemachtigde gegrond is. Dit om wantrouwen en schijn van belangenverstrengeling te voorkomen en transparantie te waarborgen. Er vond geen mondelinge behandeling plaats vanwege proceseconomische redenen. De vereffenaars kregen de aanwijzing een andere gemachtigde aan te wijzen voor alle procedures waarin de nalatenschap en verzoekers partij zijn.

Uitkomst: De kantonrechter wijst de vereffenaars aan een andere gemachtigde te benoemen om belangenverstrengeling te voorkomen.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer / rekestnummer: 11274851 \ EZ VERZ 24-268
Beschikking van 18 september 2024
in de zaak van

1.[verzoeker sub 1] ,

te [woonplaats 1] ,
2.
[verzoekster sub 2],
te [woonplaats 1] ,
verzoekende partijen,
hierna samen te noemen: [verzoekers] ,
gemachtigde: mr. G.A.M.F. Spera.

1.De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen.

2.De feiten

2.1.
Op [overlijdensdatum] 2023 is te [overlijdensplaats] , [erflater] (verder: de erflater), laatstelijk wonend te [woonplaats 2] overleden.
2.2.
Verzoeker sub 1 is de broer en erfgenaam van de nalatenschap van de erflater en verzoekster sub 2 en [naam zus] (in deze procedure geen partij en verder: [naam zus] ) zijn de zussen en erfgenamen van de nalatenschap van de erflater.
2.3.
Bij beschikking van deze rechtbank zijn mrs. [naam vereffenaar 1] en
[naam vereffenaar 2] tot vereffenaars van de nalatenschap van de erflater benoemd. De vereffenaars hebben [naam gemachtigde] te [vestigingsplaats] gemachtigd om in de procedures van de erflater (lees: de nalatenschap) te blijven optreden.

3.Het verzoek en het verweer

3.1.
[verzoekers] vragen de kantonrechter om de vereffenaars een aanwijzing te geven om een andere gemachtigde dan [naam gemachtigde] voornoemd aan te wijzen om voor en namens de vereffenaars van de nalatenschap in rechte op te treden.
3.2.
Aan het verzoek hebben [verzoekers] het volgende - verkort weergegeven - ten grondslag gelegd. Bij leven van de erflater was [naam gemachtigde] de gemachtigde in de procedures die de erflater zelf en in de procedures die de erflater samen met [naam zus] jegens hen voerden. Die procedures lopen nog en door de vereffenaars van de nalatenschap is aan [naam gemachtigde] de opdracht gegeven om in de lopende procedures als gemachtigde voor en namens de vereffenaars te blijven optreden. Dat zijn door het overlijden van de erflater procedures van de nalatenschap van de erflater geworden. Aangezien die procedures de omvang van de nalatenschap kunnen beïnvloeden en zij net als [naam zus] erfgenamen van de nalatenschap zijn, vinden zij het niet verstandig dat [naam gemachtigde] als gemachtigde van de nalatenschap blijft optreden. Er kan immers belangenverstrengeling optreden, aldus [verzoekers]

4.De beoordeling

4.1.
Verzoekers zijn ontvankelijk in hun verzoek tot het geven van een aanwijzing.
4.2.
Ondanks dat de expertise van de professionele vereffenaars in (complexe) nalatenschappen buiten kijf staat, de vereffenaars op grond van art 4:211 lid 1 BW Pro een privatieve bevoegdheid toekomt en de vereffenaars op grond van art. 4:215 lid 2 BW Pro kunnen beslissen over de wijze van het te gelde maken van de nalatenschap, zal het verzoek worden ingewilligd. Gelet op het aantal procedures waarbij zowel de nalatenschap als de ene procespartij en [verzoekers] als de andere procespartij zijn betrokken, gaan deze procedures over zaken die tot de nalatenschap van de erflater, waarvan [verzoekers] samen met [naam zus] erfgenamen zijn, behoren. Gelet hierop is voorstelbaar dat het aanblijven van
[naam gemachtigde] als gemachtigde van de nalatenschap tot wantrouwen bij [verzoekers] kan leiden. Het is zowel in het belang van [verzoekers] als in het belang van de nalatenschap en [naam zus] dat er transparantie is en blijft en dat (de schijn van) belangenverstrengeling en mogelijke procedures ter zake wordt voorkomen. Om proceseconomische redenen heeft geen mondelinge behandeling van het verzoek plaatsgevonden. Het alsdan mogelijk aangevoerde zou geen invloed op de te nemen beslissing kunnen hebben.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
geeft de vereffenaars de aanwijzing ex artikel 4:210 BW Pro om een andere gemachtigde dan [naam gemachtigde] en diens kantoorgeno(o)t(en) aan te wijzen die voor en namens de vereffenaars de nalatenschap vertegenwoordigt in alle gerechtelijke procedures waarin de nalatenschap van de erflater en [verzoekers] procespartij zijn.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.P.J. Quaedackers en in het openbaar uitgesproken op 18 september 2024.
YT