Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 5;
- de brief waarin een mondelinge behandeling is bepaald;
Rechtbank Limburg
Partijen hadden een affectieve relatie die in juni 2023 eindigde. Zij woonden samen zonder huwelijk of geregistreerd partnerschap. Gedaagde huurde een woning waar eiser in juni 2023 vertrok en gedaagde in december 2023. Eiser vorderde afgifte van diverse zaken en geldbedragen van gedaagde, stellende eigenaar te zijn.
Gedaagde betwistte eigendom en bezit van de gevorderde zaken. De kantonrechter oordeelde dat eiser onvoldoende bewijs leverde voor eigendom van meerdere zaken, mede omdat facturen op naam van familie stonden en gedaagde het bezit betwistte. Daarnaast was niet komen vast te staan dat gedaagde de meeste zaken onder zich had.
De vorderingen tot afgifte en betaling werden afgewezen. Gezien de relatie tussen partijen werden de proceskosten gecompenseerd, ieder draagt eigen kosten. De uitvoerbaarverklaring bij voorraad werd afgewezen omdat niets ten uitvoer viel te leggen.
Uitkomst: De vorderingen van eiser tot afgifte van zaken en betaling worden afgewezen wegens onvoldoende bewijs van eigendom en bezit.