Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- de dagvaarding van 5 april 2024 met producties,
- de conclusie van antwoord,
- de conclusie van repliek met producties,
- de conclusie van dupliek.
Rechtbank Limburg
GSV Services B.V. is failliet verklaard en de curator stelt dat GSV onverschuldigd betalingen heeft gedaan aan AdvocatenGroep Heerlen B.V. (AGH) voor werkzaamheden die primair voor een andere vennootschap waren verricht. De curator vordert terugbetaling van deze bedragen, stellende dat de betalingen paulianeus zijn omdat zij onverplicht waren en kort voor het faillissement plaatsvonden.
AGH betwist dit en voert aan dat GSV mede-opdrachtgever was en op grond van een mantelovereenkomst gehouden was tot betaling. Tevens stelt AGH dat zij niet wist van een dreigend faillissement en dat de betalingen niet onverplicht waren. De kantonrechter oordeelt dat GSV de mantelovereenkomst onverplicht is aangegaan en dat de betalingen benadeling van schuldeisers opleverden.
Verder is vastgesteld dat zowel GSV als AGH wisten of behoorden te weten dat de betalingen benadeling van schuldeisers zouden veroorzaken gezien de slechte financiële situatie en het naderende faillissement. De curator heeft daarom de rechtshandelingen rechtsgeldig vernietigd en de vorderingen toegewezen. De gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke werkzaamheden wordt afgewezen wegens gebrek aan onderbouwing.
AGH wordt veroordeeld tot terugbetaling van €7.382,60 vermeerderd met wettelijke rente en tot betaling van proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: AGH wordt veroordeeld tot terugbetaling van €7.382,60 aan de boedel met wettelijke rente en tot betaling van proceskosten.