Uitspraak
:11090086 \ CV EXPL 24-2290
1.De procedure
- de conclusie van antwoord, tevens eis in reconventie
- de conclusie van repliek
- de conclusie van dupliek.
Rechtbank Limburg
VGZ Zorgverzekeraar vordert betaling van openstaande zorgpremies van de verzekerde, die een deel van zijn verplichtingen uit de zorgverzekeringsovereenkomst niet heeft voldaan. Eerder was een deelvordering tot € 500 toegewezen en voldaan. VGZ vordert nu het resterende bedrag van € 954,83 plus wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten.
De verzekerde betwist de vordering en stelt dat VGZ en Inkassier onrechtmatig hebben gehandeld, maar licht dit niet concreet toe. De kantonrechter oordeelt dat de verzekerde onvoldoende heeft onderbouwd waarom VGZ onrechtmatig zou hebben gehandeld en dat Inkassier geen partij is in deze procedure, zodat de vordering tegen Inkassier niet-ontvankelijk is.
De kantonrechter wijst de vordering van VGZ toe, inclusief hoofdsom, buitengerechtelijke kosten en wettelijke rente, en veroordeelt de verzekerde tot betaling. De schadevordering van de verzekerde wordt afgewezen wegens gebrek aan onderbouwing. Tevens wordt de verzekerde veroordeeld in de proceskosten, die worden gespecificeerd.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: De verzekerde wordt veroordeeld tot betaling van € 954,83 plus wettelijke rente en proceskosten, schadevordering afgewezen.