Uitspraak
1.De procedure
- de schriftelijke weergave van het mondelinge antwoord
- de conclusie van repliek.
Rechtbank Limburg
VGZ Zorgverzekeraar vordert betaling van een achterstallig bedrag van €265,09 vermeerderd met rente en kosten van [gedaagde], op grond van een zorgverzekeringsovereenkomst. De totale achterstand bedroeg volgens VGZ €518,16, waartegenover een deelbetaling van €344,67 stond. [gedaagde] betwist de vordering en stelt dat alles al betaald was voordat de dagvaarding werd betekend.
De kantonrechter constateert dat sinds 2021 meerdere betalingsregelingen zijn getroffen, maar dat deze niet volledig en tijdig zijn nagekomen door [gedaagde]. Ondanks aanmaningen en sommaties is betaling uitgebleven. De vordering wordt grotendeels toegewezen, waarbij een klein bedrag aan acceptgirokosten wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
De wettelijke rente wordt toegewezen vanaf de dag van dagvaarding (6 maart 2024) over het toegewezen bedrag van €212,89. Daarnaast worden buitengerechtelijke incassokosten van €48,40 toegewezen. [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van het totaalbedrag plus proceskosten van €367,39. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De verzekerde wordt veroordeeld tot betaling van €212,89 plus wettelijke rente en proceskosten aan VGZ Zorgverzekeraar.