Uitspraak
[naam] , uit [woonplaats] , eiseres (1)
Inleiding
(Totstandkoming van) het bestreden besluit
Overgangsrecht
Beoordeling door de voorzieningenrechter
Voor toepassing van deze beleidsregel moet, behalve aan de in hoofdstuk 3 genoemde specifieke voorwaarden per geval, tevens (voor zover relevant) aan de volgende algemene bepalingen worden voldaan: (…) het plan moet passen in het straat- en bebouwingsbeeld en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden mogen niet onevenredig worden belemmerd. Indien sprake is van een vergunningplicht voor de activiteit ‘bouwen’ (artikel 2.1, eerste lid, onder a Wabo) dient voldaan te worden aan de vereisten van welstand”.
5.2 Beleidsuitgangspunten
- de plaatsing op bestaande antennemasten of andere bestaande (hoge) bouwwerken zoals hoogspanningsmasten, lichtmasten en verkeersportalen heeft nadrukkelijk de voorkeur;
- er moet zoveel mogelijk worden aangesloten bij bestaande bebouwing of elementen;
- de plaatsing moet zoveel mogelijk uit het zicht plaatsvinden;
- de installaties dienen zoveel mogelijk te worden geïntegreerd in de architectuur en/of de omgeving;
- de installaties mogen geen afbreuk doen aan de visuele kwaliteit van een gebouw en/of de omgeving;
- specifieke architectonische kenmerken mogen niet aangetast worden;
- bij in aanmerking komende nieuwbouw dient rekening te worden gehouden met
- de integratie van de installatie;
- een goede vormgeving van installaties en montage- en bevestigingsmethodieken kan de integratie in de omgeving en acceptatie vergemakkelijken;
- de antenne-installaties, alsmede de bijbehorende technische installaties en de bedrading moeten door middel van zorgvuldige materiaal- en kleurkeuze in de omgeving ingepast worden;
- het ter beoordeling voor te leggen materiaal dient een volledig inzichtelijk beeld te geven van de beoogde installatie in zijn omgeving, compleet met toebehorende infrastructuur.
- de antenne-installatie moet de mogelijkheid bieden tot site-sharing;
- de antenne-installatie moet de mogelijkheid bieden tot roaming;
- er mag niet worden gebouwd in beschermd stads- of dorpsgezicht;
- er mag niet worden gebouwd op of bij monumenten;
- de antenne-installatie moet passen binnen het Nationaal Antennebeleid;
- binnen de bebouwde kom mag slechts worden gebouwd op gronden die in het bestemmingsplan niet zijn voorzien van de bestemming ‘wonen’, ‘natuur’ en ‘agrarisch met waarden’;
- binnen de grenzen van het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2012’ mag niet worden gebouwd binnen de bestemmingen ‘natuur’ en ‘agrarisch met waarden’.”
onevenredigeafbreuk en dat dit moet worden afgewogen in het licht van het bereiken van een zo optimaal mogelijke dekkingsgraad.
.In hetgeen eisers hebben aangedragen, ziet de voorzieningenrechter geen grond voor het oordeel dat verweerder niet op dit advies mocht afgaan.
onevenredigeafbreuk’. Ook is gemotiveerd dat de ruimtelijke kwaliteit en
met namede landschappelijke en/of natuurlijke waarden niet onevenredig worden geschaad. Door het verder weg plaatsen van het Natura2000 gebied worden de landschappelijke en/of natuurlijke waarden immers niet onevenredig geschaad, hetgeen overigens niet in geschil is. De antenne-installatie wordt, uitgaande van deze locatie als optimale locatie vanuit dekkingsgraad, zo ver mogelijk uit het zicht geplaatst; verder naar achteren plaatsen is niet mogelijk in verband met de natuurlijke waarden, waarop de voorzieningenrechter hierna onder 24.3 nader ingaat. Tot slot is in de ruimtelijke onderbouwing aangegeven dat en waarom er geen geschikte (hogere) gebouwen of bouwwerken zijn gevonden binnen de zoekcirkel.
voldoenderesultaat kan worden behaald. Daarbij is de locatie waarvoor (uiteindelijk) de aanvraag is ingediend niet bepalend.
.