ECLI:NL:RBLIM:2024:7204
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Minister mag verzoek om loskoppeling aanvullende beurs buiten behandeling stellen wegens ontbrekende gegevens
Eiseres diende een verzoek in om bij de vaststelling van de aanvullende beurs geen rekening te houden met het inkomen van haar moeder, het zogenaamde verzoek om loskoppeling. De minister stelde dit verzoek buiten behandeling omdat eiseres niet binnen de gestelde hersteltermijn van drie weken de gevraagde aanvullende gegevens had aangeleverd. Eiseres had weliswaar een uitstelverzoek ingediend, maar de minister hoefde geen tweede hersteltermijn te bieden vanwege een eerder ingediende ingebrekestelling en de daarmee samenhangende dwangsommen.
De rechtbank overwoog dat het buiten behandeling stellen van een aanvraag op grond van artikel 4:5 Awb Pro een discretionaire bevoegdheid is waarbij een belangenafweging plaatsvindt. De minister had redelijkerwijs kunnen besluiten het verzoek buiten behandeling te stellen omdat de aanvankelijk ingediende brief van de gemachtigde onvoldoende was voor een beoordeling en aanvullende informatie nodig was. Eiseres had deze informatie niet tijdig verstrekt en ook na bezwaar en beroep geen aanvullende stukken aangeleverd.
De rechtbank vond het niet onredelijk dat de minister geen tweede hersteltermijn bood, mede omdat eiseres door de ingebrekestelling duidelijk had gemaakt snel een beslissing te willen. Het feit dat eiseres afhankelijk was van derden voor het aanleveren van gegevens deed hieraan niet af. De rechtbank concludeerde dat de minister bevoegd was het verzoek buiten behandeling te stellen en dat het beroep ongegrond is. Eiseres krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het verzoek om loskoppeling blijft buiten behandeling wegens het niet tijdig aanleveren van benodigde informatie.