stelt de verdeling van de woning aan [adres] in [plaatsnaam 1], de daaraan gekoppelde hypothecaire geldlening bij [leningverstrekker] en de polis levensverzekering bij [verzekeraar] (voor zover het een kapitaalpolis betreft) als volgt vast:
deelt de woning toe aan de man tegen een waarde van € 330.000,-;
deelt de rechten van de polis levensverzekering toe aan de man en bepaalt dat de man de plichten van deze polis voor zijn rekening moet nemen;
bepaalt dat de man voortaan alleen draagplichtig is voor lasten verbonden aan de hypothecaire geldlening, voor zover die is aangewend voor voornoemde woning;
bepaalt dat in de onderlinge verhouding tussen partijen de vrouw € 76.000,- van de hypothecaire geldlening voor haar rekening dient te nemen en dat dit bedrag bij de afrekening van de overdracht van de woning aan de man betaald/verrekend dient te worden;
bepaalt dat de man zijn vergoedingsrecht van € 49.170,- bij de overdracht van de woning aan de man kan verrekenen;
bepaalt dat partijen na aftrek van de hypothecaire geldleningen op de woning, bijtelling van de waarde van de eventuele polis levensverzekering en betaling/verrekening van € 76.000,- en € 49.170,-, het eventuele restant bij helfte delen;
verbindt aan deze toedeling de ontbindende voorwaarde dat deze toedeling komt te vervallen, indien de man niet binnen drie maanden de financiering heeft geregeld waarbij de vrouw is ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid;
indien de hiervoor genoemde ontbindende voorwaarde wordt vervuld, dan gelast de rechtbank de navolgende wijze van verdeling:
I. de woning dient te worden verkocht en geleverd aan een derde;
II. partijen zullen dan uiterlijk binnen 14 dagen na het verstrijken van de genoemde termijn, gezamenlijk opdracht tot verkoop geven aan een makelaar;
III. als partijen het niet eens worden over welke makelaar de verkoop moet begeleiden, dan dient de vrouw binnen één week na de mededeling dat overname niet lukt of binnen één week nadat de termijn voor levering is verstreken schriftelijk drie erkende NVM-makelaars aan de man te noemen, waarvan de man er binnen één week daarna schriftelijk één uitkiest. Indien de vrouw niet binnen de termijn van één week drie makelaars voorstelt, is de man gerechtigd zelf een makelaar te kiezen. Indien omgekeerd de man niet binnen één week uit de drie voorgestelde makelaars een keuze maakt, is de vrouw gerechtigd om zelf een van de drie makelaars uit te kiezen;
IV. partijen zullen dan uiterlijk binnen 14 dagen na de hiervoor genoemde keuze, gezamenlijk opdracht tot verkoop geven aan de gekozen makelaar;
V. partijen zullen in onderling overleg met de makelaar de vraagprijs, die dient te zijn gebaseerd op de woningmarkt ter plaatse en de kwaliteit van de woning, bepalen;
VI. indien partijen er niet binnen twee weken na de opdrachtverlening aan de makelaar in slagen om gezamenlijk de vraagprijs te bepalen, zal de makelaar de woning te koop mogen aanbieden tegen een marktconforme vraagprijs;
VII. partijen zullen in overleg met de makelaar de verkoopovereenkomst aangaan met degene die de hoogste prijs biedt indien en voor zover die prijs volgens beide partijen de best mogelijke prijs is. In het geval partijen het niet eens kunnen worden over de vraag of een aanbod de best mogelijke prijs is, dan zal de makelaar dit bindend kunnen bepalen;
VIII. als de verkoopprijs bindend is vastgesteld zijn beide partijen verplicht hun medewerking te verlenen aan de verkoop en levering van de woning;
IX. bij gebreke van de medewerking door de man of de vrouw, zoals vermeld onder VIII, zal deze beschikking gelden als vervangende toestemming van de man of de vrouw om tot de verkoop en levering van de woning over te kunnen gaan via de door de man of de vrouw of derde aan te wijzen notaris;
X. na verkoop moet met de verkoopopbrengst en de (voor zover aanwezig) uitkering van de polis levensverzekering, de hypothecaire geldlening(en), de schuld van € 76.000,- door de vrouw worden voldaan en de vergoedingsvordering van de man van € 49.170,- worden betaald evenals de aan de verkoop verbonden kosten; het eventuele restant moeten partijen bij helfte delen, dan wel voor zover er een restschuld ontstaat, moeten zij ieder de helft daarvan dragen;