Eisers, voormalige bewoners van een woning waar tijdens een huiszoeking henneptoppen werden aangetroffen, maakten bezwaar tegen de sluiting van hun woning op grond van artikel 13b van de Opiumwet. De burgemeester verklaarde hun bezwaar niet-ontvankelijk wegens ontbreken van procesbelang, omdat zij de woning hadden verlaten en de huur hadden opgezegd.
De rechtbank oordeelt echter dat eisers wel degelijk procesbelang hebben, omdat zij financieel aansprakelijk kunnen worden gehouden en op een zwarte lijst zijn geplaatst, wat hun woonsituatie belemmert. Bovendien is aannemelijk dat hun eer en goede naam zijn geschaad door de woningsluiting en het aanbrengen van een zegel op de woning.
De rechtbank vernietigt daarom de niet-ontvankelijkverklaring en draagt de burgemeester op om binnen acht weken opnieuw inhoudelijk op het bezwaar te beslissen. Het beroep van de bewindvoerder is ongegrond verklaard wegens gebrek aan eigen belang.
De rechtbank veroordeelt de burgemeester tot vergoeding van het betaalde griffierecht en tot betaling van proceskosten aan eisers. De uitspraak is gedaan zonder zitting en in het openbaar uitgesproken op 9 juli 2024.