Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
4 september 2024. Hiervan zijn aantekeningen gemaakt. Tijdens deze behandeling zijn via videobellen gehoord:
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat, en
- de man, bijgestaan door zijn advocaat.
Rechtbank Limburg
Partijen zijn getrouwd zonder huwelijkse voorwaarden, waardoor een wettelijke gemeenschap van goederen is ontstaan die op 15 juni 2023 is ontbonden bij het verzoek tot echtscheiding. De echtscheiding is uitgesproken op 19 maart 2024 en ingeschreven op 12 april 2024. De rechtbank behandelt de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap, waaronder de echtelijke woning, de hypothecaire lening, spaarpolis, inboedel, voertuigen, motor, aanhanger, caravan en het klusbedrijf van de man.
De vrouw heeft het voortgezet gebruik van de woning tot uiterlijk 5 juli 2025 (start zomervakantie) toegekend gekregen, omdat zij zich tevergeefs heeft ingespannen om een geschikte woonruimte te vinden voor haar en de drie minderjarige kinderen. De man wil uit de onverdeeldheid raken om zijn leven vorm te geven, maar is bereid een duidelijke termijn te accepteren. De rechtbank weegt de belangen af en acht het redelijk dat de vrouw in de woning kan blijven tot de genoemde datum of totdat zij een andere woonruimte vindt.
De rechtbank gelast een gedetailleerd verkooptraject waarbij partijen uiterlijk 1 februari 2025 gezamenlijk een makelaar moeten inschakelen, met procedures voor het kiezen van een makelaar en het bepalen van de vraagprijs. Na verkoop wordt de hypotheek afgelost, belastingschulden voldaan en de resterende opbrengst gelijk verdeeld. De activa van het klusbedrijf worden aan de man toegedeeld, waarbij partijen de belastingschulden van de eenmanszaak gezamenlijk dragen. Proceskosten worden ieder voor eigen rekening genomen.
Uitkomst: De echtelijke woning blijft onverdeeld tot uiterlijk 5 juli 2025 en een verkooptraject wordt vastgesteld met duidelijke termijnen en procedures.