ECLI:NL:RBLIM:2024:7540
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering omgevingsvergunning aanleg extra in-/uitrit vanwege bescherming gemeentelijke groenvoorziening
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor het aanleggen van een extra in-/uitrit en een parkeerplek aan de voorzijde van zijn woning vanwege zijn progressieve spierziekte die het omlopen bemoeilijkt. Het college van burgemeester en wethouders van Maastricht heeft deze aanvraag geweigerd op grond van de Algemene plaatselijke verordening (APV) Maastricht 2006, met als reden de bescherming van de gemeentelijke groenvoorziening en het voorkomen van verstening, hittestress en wateroverlast.
Eiser stelde dat het college een onvolledige belangenafweging had gemaakt, onder meer door onvoldoende rekening te houden met zijn gezondheid, de parkeermogelijkheden op eigen terrein, en de door hem aangeboden compenserende maatregelen. De rechtbank oordeelt dat het college het belang van de groenvoorziening terecht zwaarder heeft gewogen dan het belang van eiser, mede omdat eiser al parkeermogelijkheden met een in-/uitrit heeft en aanpassingen mogelijk zijn.
Wel constateert de rechtbank dat het college de compenserende maatregelen onvoldoende heeft meegewogen, wat een gebrek in de belangenafweging oplevert. Dit gebrek wordt echter gepasseerd op grond van artikel 6:22 van Pro de Awb, omdat eiser hierdoor niet in zijn belang is geschaad. Daarnaast oordeelt de rechtbank dat de gebruikte termen verstening en ontgroening voldoende duidelijk zijn en dat er geen sprake is van ongelijke behandeling ten opzichte van buren.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, de weigering van de vergunning blijft in stand, en het college wordt veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en beperkte proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de omgevingsvergunning blijft in stand.