Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
primairten laste is gelegd als een poging tot aanranding (art. 246 Sr Pro),
subsidiairals een poging tot verleiding van een minderjarige tot ontucht (art. 248a Sr) en
meer subsidiairals een poging tot dwang (art. 284 Sr Pro);
primairten laste is gelegde als het aanbieden van pornografie aan minderjarigen (art. 240a Sr) en
subsidiairals ongevraagd toezenden van pornografie (art. 240 Sr Pro).
verdachteheeft, voor wat betreft alle feitelijke handelingen zoals vermeld in de tenlastelegging, ter terechtzitting van 5 februari 2024 een bekennende verklaring afgelegd.
officier van justitieheeft mede op basis van die bekennende verklaring gerekwireerd tot bewezenverklaring van de feiten 1 primair, 2, 3, 4, 5 en 6 primair.
raadsvrouwheeft vrijspraak bepleit van feit 1 primair. Daartoe heeft zij – kort gezegd – aangevoerd dat onvoldoende blijkt van de noodzakelijke dwang van de zijde van de verdachte richting [slachtoffer 2] om seksuele handelingen bij zichzelf te verrichten en afbeeldingen daarvan aan de verdachte te tonen. De raadsvrouw heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank voor wat betreft de bewezenverklaring van de overige feiten.
rechtbankoverweegt als volgt.
verzoek tot overname van strafvordering” d.d. 26 februari 2020, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – (pg. 11-13):
[verdachte] vrienden heeft met wapens, die de straat van slachtoffer in het oog houden en haar in mekaar zullen slagen;
[verdachte] belastende foto’s van [slachtoffer 2] bezit en deze zal verspreiden via Facebook en Twitter, alsook zou ophangen in haar dorp. Ze moet om het goed te maken voor hem vingeren;
hij zijn lul laat zien, en veel meer doet dan [slachtoffer 2] , aangezien hij filmpjes stuurt waarin hij zich aftrekt.
aangifte van [naam 1], als wettelijk vertegenwoordiger van [slachtoffer 2] , geboren op [geboortegegevens 1] , wegens aanzetting tot ontucht van een minderjarige, gepleegd tussen 2 januari 2020 en 18 januari 2020 (pg. 17), voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – (pg. 19-20):
Snapchatberichtentussen “ [verdachte] ” en “Ik” zijnde [slachtoffer 2] (pg. 18, 20-36) inhoudende – zakelijk weergegeven – chatgesprekken tussen [slachtoffer 2] en de verdachte, waaronder de in de tenlastelegging onder het laatste gedachtestreepje weergegeven berichten.
verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 5 februari 2024, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven –:
- “Eig moe ge ook voor me moeten vingeren om het goed te maken” (pg. 29);
- “Gy hebt et ng goed ik doe fk veell meer als u ik doe filmpjes en trek me af !!!” (pg. 32).
- “Kzien u wel dees of viltende week in [plaats 1] mn vrienden houden u straat ook in de gaten!!! Zijn gewapend (…) Kom nie klagen da gy aangesproken word en in mekaar word geslagen!!!” (pg. 25);
- “U fotos gaan online en u locatie heb ik in mn gps gedaan (…) ik heb fotos van u dus als ge mensen mij laat toevoegen ze krijgen u foto’s te zien dus riskeert niks uit te halen!!!!” (pg. 28).
- “Maar wat moet ik doen zo dat die foto’s nie online komen (…) ?? (…) Zeg wat ik moet doen (…) Pls” (pg. 24);
- “Ma hou die voor u zelf; Pls; Pls; Meer vraag ik ni (…) Ma pls verwijder die of hou die tenminste voor u zelf” (pg. 29).
- de bekennende verklaring van de verdachte afgelegd ter terechtzitting van 5 februari 2024;
- de aangifte van de moeder van [slachtoffer 2] ;
- de bekennende verklaring van de verdachte afgelegd ter terechtzitting van 5 februari 2024;
- het Belgische proces-verbaal, onder meer inhoudende WhatsApp-chats tussen de verdachte en [slachtoffer 3] ;
- de bekennende verklaring van de verdachte afgelegd ter terechtzitting van 5 februari 2024;
- de aangifte van de moeder van [slachtoffer 1] ;
- de bekennende verklaring van de verdachte afgelegd ter terechtzitting van 5 februari 2024;
- de beschrijving van het kinderpornografisch materiaal;
- de bekennende verklaring van de verdachte afgelegd ter terechtzitting van 5 februari 2024;
- de Snapchatberichten tussen de verdachte en [slachtoffer 2] ;
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf en de maatregel
- een gevangenisstraf van 18 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 5 jaren;
- met de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering;
- en met dien verstande dat die bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar zijn;
- een maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking.
pg. 15) De verdachte blijkt op licht verstandelijk beperkt niveau te scoren op de intelligentietest: het totale IQ bedraagt 63. Dit gaat gepaard met aanzienlijke beperkingen qua cognitieve ontwikkeling en adaptieve vaardigheden, die zich op (vrijwel) alle levensgebieden manifesteren. Aannemelijk is dat er beperkingen zijn qua zelfregulatie, impulsbeheersing en frustratietolerantie. Of sprake is van een parafilie, was moeilijk te beoordelen, omdat hij stellig ontkent pedoseksuele gevoelens en pedoseksuele (masturbatie-)fantasieën te ervaren; ook andere parafiliën zijn naar zijn zeggen niet aan de orde. Echter, gezien de specifieke aard van het delictgedrag kan aanwezigheid van een pedoseksuele stoornis dan wel van hebefilie (de seksuele voorkeur van een volwassene voor puberende, jong-adolescente kinderen, grofweg jonge tieners van 11 tot 14 jaar oud) zeker niet worden uitgesloten.
pg. 16) Er zijn aanwijzingen voor antisociale trekken in de persoonlijkheid, gezien het uitgesproken antisociale karakter van het delictgedrag (zeer dreigend, manipulatief, egocentrisch, getuigend van zeer weinig inlevingsvermogen).
pg. 19) Op basis van genoemde factoren wordt in overweging gegeven de verdachte het tenlastegelegde in verminderde mate toe te rekenen.
pg. 17) Op basis van wat wel bekend is luidt de conclusie dat tenminste sprake is van een matig tot hoge kans op recidive van (soortgelijke) seksuele delicten, zowel op grond van de risicotaxatie-instrumenten als wat betreft het klinisch oordeel van ondergetekende.
pg. 18) Het verdient verder aanbeveling tijdens een behandeltraject ook medicamenteuze ondersteuning te bieden ter vermindering van seksuele aandrang/libido, hetgeen voorheen succesvol lijkt te zijn geweest.
pg. 20) De verwachting is dat het voorgaande kan worden gerealiseerd binnen het kader van bijzondere voorwaarden bij een voorwaardelijke straf of een voorwaardelijk strafdeel (in combinatie met verplicht reclasseringstoezicht). Daarbij is het zaak zo lang mogelijk toezicht op de verdachte te kunnen houden en hem een lange proeftijd op te leggen. Ook het opleggen van een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel kan worden overwogen.
- de voorbereidingen van een vrijwilliger kader voor begeleiding en behandeling op initiatief van de verdachte zijn gestopt;
- waarna sinds juni 2023 geen contact meer met hem is geweest;
- de reclassering het recidiverisico – vooral vanwege zijn psychosociaal functioneren en beperkte steunende contacten – hoog inschat; en
- zij een traject waarbij de verdachte vanuit detentie eerst doorstroomt naar een klinische setting om daarna zijn traject ambulant te vervolgen het meest kansrijk achten.
7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.1 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte voor de feiten 1 primair, 2, 3, 4, 5 en 6 primair tot een
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest en in detentie in het buitenland ingevolge een Nederlands verzoek om uitlevering of overlevering is doorgebracht is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
bijzondere voorwaarden, waaraan de veroordeelde gedurende de proeftijd heeft te voldoen:
meldt bij Reclassering Nederland(op telefoonnummer 088-8041502) en zich daarna telkens meldt op het adres Heerderweg 25 te Maastricht, of op een ander door de toezichthouder aangewezen reclasseringslocatie, zo vaak en zo lang de reclassering dat nodig acht;
(klinisch) laat opnemen bij STEVIGof een soortgelijke zorginstelling, te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing, waarbij de veroordeelde zich houdt aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling, ook als dat inhoudt het innemen van medicijnen, en met dien verstande dat de veroordeelde meewerkt aan indicatiestelling en plaatsing zodra de reclassering een overgang naar ambulante zorg, begeleid wonen of maatschappelijke opvang gewenst vindt;
(ambulant) onder behandeling zal stellen van STEVIGof een soortgelijke zorginstelling, welke behandeling zo spoedig mogelijk na de intake en plaatsing start, waarbij de veroordeelde zich houdt aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling, ook als dat inhoudt het innemen van medicijnen;
woonbegeleiding of beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering en zo lang als de reclassering nodig vindt, waarbij de veroordeelde zich houdt aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld;
contactheeft of zoekt met:
dagbesteding(betaald werk, onbetaald werk en/of vrijetijdsbesteding) met een vaste structuur, welke bijdraagt aan het voorkomen van delictgedrag;
aflossen van zijn schuldenen het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen, waarbij de veroordeelde de reclassering inzicht geeft in zijn financiën en schulden;
geen enkele wijze contact met minderjarigenzoekt en deze contacten zoveel mogelijk vermijdt, met dien verstande dat als die contacten onvermijdelijk zijn, de veroordeelde ervoor zorgt dat zijn toezichthouder of behandelaar daarbij aanwezig is;
kinderpornografisch materiaal, vermijdt dat er kinderpornografisch materiaal op zijn digitale gegevensdragers komt, zich daarom op welke wijze dan ook onthoudt van:
controle van digitale gegevensdragerstijdens een huisbezoek, waarbij hij toegang verschaft tot alle aanwezige computers, smartphones en andere digitale gegevensdragers waarop afbeeldingen kunnen worden opgeslagen of waarmee het internet kan worden benaderd en waarbij hij de wachtwoorden verstrekt die nodig zijn voor deze controle, welke controles op digitale gegevensdragers maximaal drie keer per jaar plaatsvinden en welke controles gericht zijn op de voorwaarde dat de veroordeelde kinderpornografisch materiaal vermijdt; niet om een beeld te krijgen van het persoonlijke leven van de veroordeelde; de reclassering kan voor technische ondersteuning een deskundige meenemen, ook als dit een opsporingsambtenaar is die deskundig is op digitaal gebied; bij de controles kan gebruik worden gemaakt van een hulpmiddel dat een indicatie geeft of kinderpornografisch materiaal aanwezig is;
goed bereikbaaris voor zijn toezichthouder, zijn behandelaren en zijn begeleiders;
dadelijk uitvoerbaarzijn;
maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking(ex artikel 38z Wetboek van Strafrecht);
- wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 1] toe;
- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer 1] , van een bedrag van
- veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
- legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer 1] , van een bedrag van 1.662,06 euro, bestaande uit 27,06 euro materiële schade en 1.635,00 euro immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 08 oktober 2020 tot aan de dag der algehele voldoening;
- bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt
BIJLAGE I: De tenlastelegging