Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
ik heb hem echt niet gezien”. Desgevraagd gaf hij aan dat hij de bestuurder was van de personenauto die betrokken was bij de aanrijding. Ik, [naam 2] , liep richting het slachtoffer. Ik zag dat het linker-onderbeen ernstig vervormd was. Ik zag dat er een grote plas bloed bij het linker-onderbeen lag. Ik zag dat er een constante stroom bloed uit het linker-onderbeen stroomde. Ik hoorde dat de ambulance verpleegkundige vroeg aan het slachtoffer wat zijn naam was. Na bevragingen in ons politiesysteem zijn wij tot de conclusie gekomen dat het slachtoffer [slachtoffer] heet.
het proces-verbaal forensisch onderzoek verkeersongevalrelateren verbalisanten [naam 4] [naam 5] en [naam 6] , voor zover hier van belang, het volgende: [3]
Voor de plaats van het ongeval was in het wegverloop van de Heinsbergerweg een bocht naar links gelegen. Ter hoogte van de plaats van het ongeval, zijnde ongeveer in het midden van de in-/uitrit, waren dwars op het wegdek kanalisatiestrepen aangebracht ter geleiding van overstekend verkeer.
Wij zagen dat verkeer rijdende over de Heinsbergerweg, komende uit de richting van
- een bord conform model VR07 opgenomen in de bordenwijzer 2017 van de VNVF (Vereniging Nederlandse Verkeersborden Fabrikanten), zijnde een aanduiding voor een plek waar verkeersbrigadiers staan;
- een waarschuwingsbord conform model J23 (voetgangers);
- een wit onderbord met de zwarte tekst ‘150 m'.
De bestuurder van de betrokken fiets werd plotseling geconfronteerd met de naderende betrokken BMW die met een hogere snelheid (minimaal 2,5 maal hoger dan de ter plaatse toegestane maximumsnelheid) reed en kon het ongeval redelijkerwijs niet meer voorkomen.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf
7.De wettelijke voorschriften
8.De beslissing
- verklaart het primair tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 240 uren;
- beveelt dat indien de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 120 dagen;