Uitspraak
RECHTBANK Limburg
1.De procedure
- de akte uitlaten van eiseres
- de akte uitlaten van gedaagde.
2.De feiten
3.De verdere beoordeling
€ 11.935,34 € 23.870,66op te heffen door partijen
Rechtbank Limburg
Twee zussen zijn erfgenamen van hun overleden ouders. De vader had bij testament de nalatenschap verdeeld waarbij de ene zus 1/3 en de andere 2/3 erfdeel kreeg, met een legaat van de woning aan de zus met 2/3 deel. Deze zus was tevens executeur en heeft haar taken uitgevoerd, maar heeft nagelaten de inbrengverplichting van de woning te vorderen.
Partijen bereikten overeenstemming over de waarde van de woning en banksaldi. De rechtbank stelde de verdeling vast waarbij de woning aan de zus met 2/3 deel wordt toegedeeld, met een verplichting tot betaling van een bedrag aan de andere zus wegens overbedeling. Een geschonken auto werd niet erkend als schenking en valt in de nalatenschap.
Een vordering wegens onverschuldigde betaling van maandelijkse overboekingen werd afgewezen omdat niet is komen vast te staan dat deze betalingen onrechtmatig waren. De executeurschap werd beëindigd en partijen dragen elk hun eigen proceskosten. In reconventie werden vorderingen afgewezen wegens gebrek aan belang.
Uitkomst: De rechtbank stelt de verdeling van de nalatenschap vast, beëindigt het executeurschap en wijst overige vorderingen af.