Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
proces-verbaal forensisch overlijdensonderzoek [2] van verbalisant [naam 1] van 23 april 2023, onder meer inhoudende:
proces-verbaal Verkeersongevallen Analyse [3] van verbalisant [naam 1] van
16 november 2023, onder meer inhoudende:
herzien rapport snelheidsbepaling van het NFI [4] van ir. [naam 2] van
18 september 2023, onder meer inhoudende:
proces-verbaal van verhoor van (getuige) [verdachte] [5] van 11 maart 2023, zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:
proces-verbaal aanrijding misdrijf [6] van verbalisant [naam 3] van 18 december 2023, onder meer inhoudende:
proces-verbaal van bevindingen [9] van verbalisant [naam 4] van 12 december 2023, onder meer inhoudende:
proces-verbaal van bevindingen [10] van verbalisant [naam 4] van 12 december 2023, onder meer inhoudende:
Vanaf de rotonde (waar de verdachte de [straatnaam 2] op kwam) heeft de verdachte in ongeveer 4 seconden versneld naar 50 km/u en aansluitend in ongeveer 9 seconden verder versneld naar 92 km/u. Daaruit volgt dat de verdachte vanaf 19:59:00 op de [straatnaam 2] heeft gereden.
Op het moment dat de verdachte zag dat het slachtoffer (toch) overstak was het te laat en kon hij zijn voertuig niet meer op tijd tot stilstand brengen.
Uit onderzoek is gebleken dat wanneer de verdachte 50 km/u zou zijn blijven rijden vanaf het punt waarop is gemeten dat zijn voertuig die snelheid had, het slachtoffer voldoende tijd zou hebben gehad om de overkant van de weg te bereiken. Dus ondanks dat het slachtoffer de verdachte niet voor liet gaan, zou het ongeval in dat geval niet hebben plaatsgevonden.
De verkeersregels
Igenoemde verkeersregels met opzet heeft geschonden. Daarbij was het opzet van de verdachte ook gericht op het in ernstige mate schenden van deze verkeersregels.
feit 2dan ook wettig en overtuigend bewezen, een en ander zoals in de bewezenverklaring is vermeld.
feit 1overweegt de rechtbank vervolgens dat uit de bewijsmiddelen volgt dat de verdachte ook ten tijde van het ongeval (veel) te hard heeft gereden. Daarnaast was de verdachte heel kort voor het ongeval bezig op zijn telefoon. Het kan niet anders dan dat dit ten koste is gegaan van zijn aandacht op de weg en van invloed was op zijn vermogen om tijdig te reageren op gebeurtenissen op de weg. Nu echter niet vastgesteld kan worden hoe hard de verdachte reed op het moment van het ongeval en evenmin kan worden vastgesteld dat hij op dat moment nog bezig was op zijn telefoon, is de rechtbank van oordeel dat niet bewezen kan worden dat op het moment van het ongeval sprake was van roekeloos rijgedrag. Het rijgedrag van de verdachte ten tijde van het ongeval dient naar het oordeel van de rechtbank aangemerkt te worden als zeer onvoorzichtig.
Voor zover de raadsman heeft bedoeld te betogen dat verderstrekkend onderzoek aan de telefoon heeft plaatsgevonden dan waartoe opdracht was gegeven door de officier van justitie, overweegt de rechtbank het volgende. De officier van justitie heeft verklaard dat in eerste instantie opdracht is gegeven de telefoon nader te onderzoeken met betrekking tot het mogelijk achterhalen van de snelheid waarmee die avond is gereden. Na een eerste onderzoek rees het vermoeden dat de verdachte in de aanloop naar het ongeval die dag meerdere overtredingen had begaan waarna contact werd gelegd met de officier van justitie die vervolgens opdracht gaf beide telefoons van de verdachte te laten onderzoeken door TDO.
[slachtoffer] werd gedood;
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf
7.De wettelijke voorschriften
8.De beslissing
- verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezen verklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot een
- bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;
ontzegtde verdachte
de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigenvoor de duur van
2 jaren.