ECLI:NL:RBLIM:2024:7963
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot wissing persoonsgegevens door UWV wegens wettelijke bewaarplicht
Eiseres verzocht het UWV om haar persoonsgegevens te verwijderen, omdat zij meende dat de huisarts te veel informatie had verstrekt. Het UWV wees dit verzoek af, stellende dat zij de gegevens rechtmatig had verkregen en op grond van de Archiefwet verplicht was deze te bewaren.
De rechtbank stelde vast dat eiseres machtigingen had ondertekend voor de uitwisseling van gegevens met zowel haar huisarts als psycholoog. Deze machtigingen waren ruim geformuleerd, waardoor het UWV de informatie op juiste wijze had opgevraagd en ontvangen. De verwerking van de persoonsgegevens was noodzakelijk voor de wettelijke taak van het UWV en vond rechtmatig plaats.
De rechtbank oordeelde dat het recht op wissing van persoonsgegevens niet geldt zolang de bewaartermijn nog niet is verstreken en de gegevens aanvankelijk rechtmatig zijn verwerkt. De bewaartermijn was nog niet verstreken volgens de Selectielijst van het UWV. Daarnaast wees de rechtbank het verzoek tot immateriële schadevergoeding af, omdat geen schending van de AVG was vastgesteld.
Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor eiseres geen griffierecht of proceskostenvergoeding kreeg. De uitspraak werd gedaan door rechter Derks-Voncken op 8 november 2024.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het afwijzen van haar verzoek tot wissing van persoonsgegevens door het UWV wordt ongegrond verklaard.