Uitspraak
RECHTBANK Limburg
1.De procedure
- de conclusie van antwoord en de daarbij overgelegde producties 1 tot en met 12
- de mondelinge behandeling van 8 mei 2024 en het daarvan opgemaakte proces-verbaal.
Rechtbank Limburg
Partijen sloten op 30 augustus 2016 een overeenkomst tot koop en verkoop van aandelen en een geldleningsovereenkomst waarbij een lening van €362.970 werd verstrekt, te voldoen in maandelijkse termijnen en uiterlijk 31 juli 2019 volledig afgelost. Eiseres vordert betaling van een bedrag van €45.823 uit hoofde van de lening, rente en incassokosten omdat zij stelt dat de lening niet is afgelost.
Gedaagde betwist dit en voert aan dat overboekingen aan eiseres, haar bestuurder en aan hem gelieerde derden hebben plaatsgevonden ter aflossing van de lening en betaling van managementvergoedingen. De rechtbank stelt vast dat overboekingen ter waarde van €354.565,83 hebben plaatsgevonden, waarvan €107.812,50 gerelateerd is aan managementvergoedingen. Na aftrek hiervan resteert een bedrag van €246.753,33 dat als aflossing moet worden aangemerkt.
Omdat dit bedrag de lening ruimschoots overstijgt en eiseres niet heeft onderbouwd dat de resterende betalingen verband houden met overuren of andere afspraken, wijst de rechtbank de vordering af. Ook de gevorderde rente en incassokosten worden afgewezen. Eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van eiseres af omdat de lening ruimschoots is afgelost via overboekingen.