ECLI:NL:RBLIM:2024:8285

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
13 november 2024
Publicatiedatum
15 november 2024
Zaaknummer
11118142 \ CV EXPL 24-2657
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWArt. 6:119 BWBesluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot betaling achterstallige huur en incassokosten afgewezen wegens oneerlijk beding

De huurder huurt sinds december 2020 een woning van Stichting Woonpunt en heeft een huurachterstand opgebouwd. Woonpunt vordert betaling van de achterstallige huur, wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten. De huurder erkent de openstaande huur van september 2022, maar stelt financieel niet in staat te zijn de achterstand in één keer te voldoen en verwijt Woonpunt het ontbreken van een betalingsregeling.

De kantonrechter oordeelt dat de hoofdsom van de achterstallige huur toewijsbaar is, evenals de wettelijke rente vanaf de dagvaarding. Echter, het beding in de algemene voorwaarden dat incassokosten direct bij verzuim verschuldigd zijn, wordt als oneerlijk beoordeeld omdat het niet voldoet aan de dwingende wettelijke voorschriften die een termijn van veertien dagen voorschrijven.

Daarom wordt het incassokostenbeding vernietigd en de vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten afgewezen. De huurder wordt veroordeeld tot betaling van de achterstallige huur en wettelijke rente, alsmede de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot betaling van achterstallige huur en wettelijke rente, maar de vordering tot incassokosten wordt afgewezen wegens een oneerlijk beding.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 11118142 \ CV EXPL 24-2657
Vonnis van 13 november 2024
in de zaak van
STICHTING WOONPUNT,
gevestigd te Maastricht,
eisende partij,
hierna te noemen: Woonpunt,
gemachtigde: Flanderijn,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de schriftelijke weergave van het mondelinge antwoord
- de conclusie van repliek
- [gedaagde] heeft geen conclusie van dupliek genomen.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[gedaagde] huurt sinds 15 december 2020 van Woonpunt de woning aan de [adres] te [woonplaats] . De huurprijs bedraagt ten tijde van de dagvaarding € 595,70 per maand en dient bij vooruitbetaling te worden voldaan.
2.2.
Op de huurovereenkomst zijn de Algemene voorwaarden 2016 van Woonpunt van toepassing. Hierin is in artikel 14.2 het volgende opgenomen:
“Indien één van de partijen een uit hoofde van de overeenkomst of uit andere hoofde overeengekomen verschuldigd bedrag niet volledig en stipt op de vervaldag voldoet, dan verkeert deze partij direct vanaf de vervaldatum in verzuim en is deze partij vanaf die dag de wettelijke rente verschuldigd.
Daarnaast is de partij die in verzuim verkeert en die een natuurlijk persoon is, niet handelend in de uitoefening van beroep of bedrijf, een vergoeding verschuldigd voor de redelijke incassokosten, zulks met in acht nemen van artikel 6:96, leden 2 tot en met 6 van het Burgerlijk Wetboek. De hoogte van de verschuldigde incassokosten wordt berekend conform artikel 2 van Pro het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten, waarbij tenminste het aldaar opgenomen minimumbedrag van € 40,- verschuldigd zal zijn.
(…)”
2.3.
In de betaling van de huur is een achterstand ontstaan.

3.Het geschil

3.1.
Woonpunt vordert na vermindering van eis - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van de achterstallige huur van € 679,56, betaling van de buitengerechtelijke incassokosten van € 124,50 inclusief btw en de wettelijke rente over de achterstand vanaf de datum van de dagvaarding (24 april 2024), met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van deze procedure. [gedaagde] is volgens Woonpunt in gebreke met betaling van de huur.
3.2.
[gedaagde] voert verweer. Zij erkent dat de huur van september 2022 nog open staat, maar voert aan dat Woonpunt niet bereid is om een betalingsregeling te treffen. [gedaagde] is financieel niet in staat om de achterstand in een keer te voldoen.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Bij conclusie van repliek heeft Woonpunt haar eis verminderd naar € 679,56. Nu [gedaagde] heeft erkend dat de huur van september 2022 nog open staat en de vordering van Woonpunt van € 679,56 lager is dan de huurprijs van september 2022 (€ 699,08), is de hoofdsom van € 679,56 toewijsbaar. Het staat partijen vrij om hierover met elkaar een betalingsregeling te treffen, maar de kantonrechter heeft hier geen rol in.
4.2.
[gedaagde] heeft geen zelfstandig verweer gevoerd tegen de gevorderde wettelijke rente vanaf datum dagvaarding (24 april 2024), zodat deze zal worden toegewezen.
4.3.
Woonpunt vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat de toepasselijke algemene voorwaarden in artikel 14.2 een beding bevatten op grond waarvan Woonpunt aanspraak kan maken op vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter is van oordeel dat dit beding oneerlijk is. De tekst van het beding sluit niet uit dat de incassokosten al verschuldigd zijn zodra de consument in verzuim is, terwijl de wettekst dwingend voorschrijft dat de incassokosten pas na het verstrijken van de in de veertiendagenbrief genoemde termijn verschuldigd worden. De kantonrechter is van oordeel dat het beding daardoor oneerlijk is ten opzichte van [gedaagde] . Het beding wordt daarom vernietigd. Het gevolg hiervan is dat de gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen.
4.4.
[gedaagde] wordt grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Woonpunt worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
137,38
- griffierecht
328,00
- salaris gemachtigde
270,00
(2 punten × € 135,00)
- nakosten
67,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
802,88

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Woonpunt te betalen een bedrag van € 679,56, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het toegewezen bedrag, met ingang van 24 april 2024, tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 802,88, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.J. Quaedackers en in het openbaar uitgesproken op
13 november 2024.
VC