Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBLIM:2024:8330

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
31 oktober 2024
Publicatiedatum
18 november 2024
Zaaknummer
C/03/335973 / HA RK 24-205
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 RvWrakingsprotocol rechtbank Limburg
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet ontvankelijk verklaring wrakingsverzoek na einduitspraak kort geding

Verzoekster heeft op 25 september 2024 een wrakingsverzoek ingediend tegen rechter T. Dohmen in een kort geding. Dit verzoek werd op 8 oktober 2024 ongegrond verklaard. Op 28 oktober 2024 diende zij een nieuw wrakingsverzoek in, nadat de zaak reeds door een uitspraak was beëindigd.

De wrakingskamer beoordeelde dit tweede verzoek aan de hand van artikel 36 van Pro het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering en het Wrakingsprotocol van de rechtbank Limburg. Volgens vaste jurisprudentie, waaronder het arrest van de Hoge Raad van 18 december 1998, is wraking niet meer mogelijk nadat een zaak is afgesloten.

Omdat het kort geding was beëindigd met een uitspraak, kon het wrakingsverzoek niet meer worden ontvangen. De wrakingskamer besloot daarom zonder zitting en verklaarde verzoekster niet ontvankelijk in haar wrakingsverzoek. De beslissing werd op 31 oktober 2024 openbaar uitgesproken door de drie rechters van de wrakingskamer.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet ontvankelijk verklaard omdat wraking na beëindiging van de zaak niet mogelijk is.

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond
Wrakingskamer
Zaaknummer: C/03/335973 / HA RK 24-205
Beslissing van de meervoudige kamer belast met de behandeling van wrakingszaken
op het verzoek van
[verzoekster],
wonende te [woonplaats] ,
verzoekster,
dat strekt tot wraking van mr. T. Dohmen, rechter in de rechtbank Limburg, hierna de rechter.

1.De procedure

Op 25 september 2024 heeft verzoekster de rechter gewraakt in de zaak met nummer 11309816 CV EXPL 24-5026. Dit verzoek is door de wrakingskamer op 8 oktober 2024 ongegrond verklaard.
Verzoekster heeft op 28 oktober 2024 andermaal een verzoek tot wraking van de rechter ingediend.

2.De beoordeling

Ingevolge artikel 36 Wetboek Pro van burgerlijke rechtsvordering kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
Wraking is echter niet meer mogelijk nadat een zaak is beëindigd (vergelijk het arrest van de Hoge Raad van 18 december 1998, 271). Zoals verzoekster in haar verzoek vermeldt, is het kort geding door een uitspraak tot een einde gekomen. Het middel wraking staat verzoekster dus niet meer ter beschikking. Om die reden kan zij niet in haar verzoek worden ontvangen.
Gelet op het bepaalde in artikel 4, tweede lid, aanhef en onder d, van het Wrakingsprotocol rechtbank Limburg zal de wrakingskamer dit beslissen zonder behandeling ter zitting.

3.De beslissing

De wrakingskamer:
- verklaart verzoekster niet ontvankelijk in haar verzoek tot wraking.
Deze beslissing is gegeven door mr. H.M.J. Quaedvlieg, mr. R.H.J. Otto en
mr. M.T.A.C. Russel, bijgestaan door de griffier en in het openbaar uitgesproken op
31 oktober 2024.