Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
(de rechtbank begrijpt: verdachte)om samen met mij de vaatwasser uit te gaan ruimen. [verdachte] wilde dit niet. Ik vroeg toen een andere cliënte, [naam] , om mij mee te helpen en dat deed zij. Toen wij de vaatwasser aan het uitruimen waren kwam [verdachte] alsnog vragen om mee te helpen. Ik heb toen gezegd dat ik nu met [naam] de vaatwasser aan het uitruimen was en dat [verdachte] met mijn collega gezellig tv kon gaan kijken. [verdachte] zei toen een aantal keren heel opdringerig, heel boos: "Sorry [slachtoffer] , sorry [slachtoffer] ". Ik zei toen tegen haar dat het niet erg was dat ze de vaatwasser niet mee leegruimde en dat ze een volgende keer weer kon meehelpen. Op dat moment grijpt [verdachte] een broodmes, dat in de vaatwasser ligt, en zwaait hiermee met haar rechterhand in de richting van mijn hoofd. (Dat broodmes is ongeveer 30 cm lang en had een gekartelde rand, handvat is ongeveer 10 cm en het lemmet is
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf en/of de maatregel
7.De wettelijke voorschriften
8.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
ter beschikking wordt gesteld en beveelt dat zij van overheidswege wordt verpleegd.