Uitspraak
1.De procedure
- de schriftelijke weergave van het mondelinge antwoord
- de e-mail van [gedaagde] van 5 augustus 2024
- de conclusie van repliek
Rechtbank Limburg
CZ Zorgverzekeringen heeft bij de rechtbank Limburg een vordering ingesteld tegen een consument wegens niet-betaalde zorgpremies. De consument betwist de overeenkomst en stelt onder meer dat de verplichte zorgverzekering in strijd is met het Wetboek van Strafrecht, maar deze verweren worden door de kantonrechter verworpen.
De kantonrechter overweegt dat de verzekeringsplicht voortvloeit uit de Zorgverzekeringswet en dat de consument gehouden is premie te betalen. Er is geen ontheffing wegens gemoedsbezwaren verleend. CZ heeft de openstaande bedragen voldoende onderbouwd en recht op wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten.
De kantonrechter wijst de vordering van CZ toe tot een bedrag van € 641,92, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de dagvaarding, en veroordeelt de consument tot betaling van proceskosten. Tevens wordt een tegenvordering van de consument niet-ontvankelijk verklaard omdat deze niet tijdig is ingesteld.
Uitkomst: Consument wordt veroordeeld tot betaling van openstaande zorgpremies, wettelijke rente en incassokosten aan CZ Zorgverzekeringen.