ECLI:NL:RBLIM:2024:886

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
7 februari 2024
Publicatiedatum
26 februari 2024
Zaaknummer
C/03/324575 / FA RK 23-4422
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:4 BWArt. 1:20a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging voornaam minderjarige door schrapping van een voornaam

De moeder heeft bij de rechtbank Limburg een verzoek ingediend tot wijziging van de voornamen van haar minderjarige kind, waarbij één van de voornamen wordt geschrapt. De minderjarige is geboren uit de beëindigde relatie tussen de ouders, die gezamenlijk gezag hebben. De moeder stelt dat de minderjarige geen binding heeft met de te schrappen voornaam en deze negatieve gevoelens oproept vanwege associaties met de vader en diens familie.

De kinderrechter heeft de minderjarige voorafgaand aan de mondelinge behandeling gehoord, waarbij de minderjarige bevestigde geen contact te hebben met de vader en de betreffende voornaam als belastend ervaart. De rechtbank oordeelt dat er een voldoende zwaarwichtig belang is voor de wijziging en dat het verzoek niet strijdig is met de wet.

De rechtbank besluit de voornaam te schrappen en bepaalt dat de griffier binnen drie maanden na de beschikking de wijziging aan de burgerlijke stand zal doorgeven, tenzij er hoger beroep wordt ingesteld. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open voor de verzoekende partij en belanghebbenden.

Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek toe en gelast de schrapping van de vierde voornaam van de minderjarige.

Uitspraak

Rechtbank Limburg

Familie en jeugd
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: C/03/324575 / FA RK 23-4422
Beschikking van 7 februari 2024
op het verzoek van:
[moeder],
wonende te [woonplaats moeder] ,
hierna te noemen de moeder,
advocaat: mr. J.B.G. Gelissen.
Betreffende de minderjarige:
[minderjarige] [voornaam 2] [voornaam 3] [voornaam 4] [achternaam], geboren op [geboortedatum] 2006 te [plaatsnaam] , hierna te noemen: [minderjarige] .
De rechtbank merkt tevens als belanghebbende aan:
[vader],
wonende te [plaatsnaam] ,
hierna te noemen: de vader.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het volgende:
  • het verzoekschrift, binnengekomen bij de rechtbank op 22 november 2023;
  • de mondelinge behandeling, die heeft plaatsgevonden op 15 januari 2024 en waarbij zijn verschenen:
  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat.
1.2.
De kinderrechter heeft [minderjarige] voorafgaand aan de mondelinge behandeling buiten aanwezigheid van de moeder en de vader gehoord. Ter zitting heeft de kinderrechter de inhoud van dit verhoor zakelijk weergegeven.

2.De feiten

2.1.
[minderjarige] is geboren uit de beëindigde relatie tussen de vader en de moeder.
2.2.
[minderjarige] is door de vader erkend. De ouders hebben sinds [ingangsdatum] 2006 het gezamenlijk gezag over [minderjarige] , zoals blijkt uit de aantekening in het gezagsregister bij de rechtbank.
2.3.
De geboorteakte van [minderjarige] komt voor in de registers van de burgerlijke stand van de [gemeente X] , [aktenummer] van het jaar 2006.

3.Het verzoek

3.1.
De moeder verzoekt:
  • wijziging van de voornamen van [minderjarige] , in die zin dat de [voornaam 4] wordt geschrapt en [minderjarige] voortaan nog slechts de voornamen [minderjarige] [voornaam 2] [voornaam 3] zal hebben;
  • de ambtenaar van de burgerlijke stand van de [gemeente X] te gelasten deze wijziging in de registers van de burgerlijke stand van de [gemeente X] te verwerken.

4.De vaststellingen en overwegingen

4.1.
Artikel 1:4 lid 4 van Pro het Burgerlijk Wetboek (verder te noemen: BW) geeft de rechter de (discretionaire) bevoegdheid op verzoek van de betrokken persoon of van zijn wettelijke vertegenwoordiger de wijziging te gelasten van zijn voornamen. Op grond van lid 4 moet voor een wijziging van de voornamen een voldoende zwaarwichtig belang bestaan. Verder moet het verzoek worden getoetst aan artikel 1:4 lid 2 BW Pro en moet worden beoordeeld of de gewenste voornamen niet ongepast zijn of overeenstemmen met bestaande geslachtsnamen, tenzij deze tevens gebruikelijke voornamen zijn. In deze zaak heeft de moeder als wettelijke vertegenwoordiger van [minderjarige] een verzoek tot wijziging van de voornaam van [minderjarige] ingediend.
4.2.
Door de moeder is onweersproken gesteld [minderjarige] zijn identiteit niet aan [voornaam 4] ontleent en dat hij altijd zijn eerste voornaam [minderjarige] als roepnaam heeft gebruikt. [minderjarige] heeft ook geen binding of affiniteit met [voornaam 4] . Integendeel, de naam roept bij hem de negatieve associatie met zijn vader en vaderskant van de familie op. [minderjarige] heeft al jaren geen contact met zijn vader en vaders kant van de familie. [minderjarige] wil dat ook niet. De voornaam [voornaam 4] op officiële documenten roept bij [minderjarige] nare gevoelens op. Bij de dienst Justis is eerder al een verzoek tot geslachtsnaamwijziging van [minderjarige] ingediend.
4.3.
De rechtbank is van oordeel dat door de moeder voldoende aannemelijk is gemaakt dat [minderjarige] in het dagelijks leven hinder en ongemak ervaart van [voornaam 4] en dat er sprake is van voldoende zwaarwichtig belang bij de naamswijziging. De rechtbank zal het verzoek, nu het ook niet strijdig is met de wet, toewijzen.
4.4.
Op grond van artikel 1:4 lid 4 BW Pro geschiedt de wijziging van de voornaam doordat van de beschikking een latere vermelding aan de akte van geboorte van de betrokken persoon wordt toegevoegd, overeenkomstig artikel 1:20a lid 1 BW. In verband daarmee dient de griffier niet eerder dan drie maanden na de dag van deze beschikking, en voor zover daartegen geen hoger beroep is ingesteld, een afschrift van de beschikking te zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de [gemeente X] in wiens registers de geboorteakte van [minderjarige] voorkomt.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand de voornaam “ [voornaam 4] ” van [minderjarige] , geboren te [plaatsnaam] op [geboortedatum] 2006, te schrappen, zodat de voornamen van [minderjarige] zijn: [minderjarige] [voornaam 2] [voornaam 3] ;
5.2.
bepaalt dat de griffier niet eerder dan drie maanden na de dag van deze beschikking, en voor zover daartegen geen hoger beroep is ingesteld, een afschrift daarvan zal zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de [gemeente X] in verband met de toevoeging aan de geboorteakte van het kind van de latere vermelding betreffende de wijziging van de voornaam.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.C.M. van der Meijden, rechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van H.V.M. Smeets, griffier, op 7 februari 2024.
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch:
a. door de verzoekende partij en degenen aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden, binnen 3 maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen 3 maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.