ECLI:NL:RBLIM:2024:8891
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen niet-ontvankelijkheid asielaanvraag en terugkeer naar Italië
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet-ontvankelijk te verklaren en hem te verplichten terug te keren naar Italië, waar hij statushouder is. De rechtbank behandelde het beroep samen met verzoeken om voorlopige voorzieningen, die werden toegewezen om uitzetting te voorkomen totdat op het beroep en bezwaar was beslist.
De rechtbank oordeelde in een tussenuitspraak dat de minister een medisch advies van het Bureau Medische Advisering (BMA) had moeten opvragen vanwege de medische problematiek van eiser. De minister heeft vervolgens een aanvullend besluit genomen op basis van een BMA-advies, waarin werd geconcludeerd dat er geen medische noodsituatie op korte termijn bij terugkeer naar Italië zal ontstaan.
Eiser betwistte de zorgvuldigheid van het BMA-advies en stelde dat zijn medische situatie ernstiger is dan het advies suggereert. De rechtbank overwoog echter dat het BMA-advies zorgvuldig tot stand is gekomen, mede omdat eiser slechts toestemming gaf voor het opvragen van medische informatie bij zijn huisarts. De recente medische stukken die eiser overlegde, konden niet in de besluitvorming worden betrokken.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is omdat de minister terecht heeft geoordeeld dat terugkeer naar Italië niet leidt tot een situatie van zeer verregaande materiële deprivatie en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt. Er is geen sprake van een schending van artikel 4 van Pro het Handvest of artikel 3 EVRM Pro. Er is geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot niet-ontvankelijkheid van de asielaanvraag en de verplichting tot terugkeer naar Italië is ongegrond verklaard.