Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Verloop van de procedure
- het verzoekschrift, binnengekomen bij de rechtbank op 15 augustus 2024;
- F9 formulier van 26 september 2024.
Rechtbank Limburg
De ouders van een minderjarige hebben bij de rechtbank Limburg verzocht om wijziging van de voornamen van hun kind. De minderjarige droeg als derde voornaam de naam van zijn opa moederszijde, maar er bestaat geen band tussen hen omdat de opa het kleinkind niet erkent. De ouders ervaren hinder en ongemak door deze voornaam en willen deze schrappen en vervangen door een voornaam vernoemd naar de vader.
De rechtbank toetst het verzoek aan artikel 1:4 van Pro het Burgerlijk Wetboek en stelt vast dat er een zwaarwichtig belang bestaat voor de wijziging. Er zijn geen beletselen tegen de nieuwe voornaam. De negatieve associatie met de huidige derde voornaam en het ontbreken van familieband rechtvaardigen de wijziging.
De rechtbank gelast de schrapping van de derde voornaam en de toevoeging van de nieuwe tweede voornaam. De griffier zal na drie maanden een afschrift van de beschikking zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand voor latere vermelding in de geboorteakte. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot wijziging van de voornamen van de minderjarige toe door het schrappen van de derde voornaam en toevoeging van een nieuwe tweede voornaam.