ECLI:NL:RBLIM:2024:897
Rechtbank Limburg
- Wraking
- H.J.M. Quaedvlieg
- R.M.M. Kleijkers
- Y.J.C.A. Roeffen
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van mondeling wrakingsverzoek door onbevoegde derde in handelszaak
In deze zaak diende een derde, niet zijnde de partij of advocaat, een mondeling wrakingsverzoek in tijdens een handelszaak waarbij verplichte procesvertegenwoordiging geldt. De advocaat van de gedaagde partij, die aanwezig was, ondersteunde het verzoek niet en trok zich na het verzoek terug. De wrakingskamer oordeelde dat een mondeling wrakingsverzoek alleen kan worden gedaan door een partij of diens advocaat die bevoegd is het woord te voeren.
De zaak betrof een handelsgeschil waarbij de gedaagde partij niet zelf verscheen, maar werd vertegenwoordigd door een advocaat en een derde persoon met een machtiging. De rechter had deze vertegenwoordiging geaccepteerd, maar formeel voldoet deze situatie niet aan de vereisten van artikel 87 lid 5 Rv Pro. De derde persoon kan slechts als informant worden gezien en is niet bevoegd een wrakingsverzoek in te dienen.
De wrakingskamer overwoog tevens dat in handelszaken de advocaat de aangewezen procesdeelnemer is voor proceshandelingen zoals wraking. Omdat de advocaat het verzoek niet ondersteunde en zich onttrok, is het verzoek niet-ontvankelijk. Ook een herstelmogelijkheid binnen twee weken door een advocaat werd afgewezen omdat het verzoek niet door een bevoegde persoon was gedaan.
De wrakingskamer verklaarde het wrakingsverzoek derhalve niet-ontvankelijk en wees het verzoek af. De beslissing werd op 9 februari 2024 in het openbaar uitgesproken door een meervoudige kamer van de rechtbank Limburg.
Uitkomst: Het mondeling wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard omdat het niet door een bevoegde partij of advocaat is ingediend en de advocaat zich onttrok.