ECLI:NL:RBLIM:2024:9061

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
4 december 2024
Publicatiedatum
6 december 2024
Zaaknummer
11081536 \ CV EXPL 24-2185
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering betaling afrekening gasverbruik in huurovereenkomst

De verhuurder vordert betaling van een afrekening gasverbruik over de periode van 8 september 2021 tot en met 13 oktober 2022 van de huurder van een woning. De huurder heeft deze factuur onbetaald gelaten en betwist de vordering, onder meer vanwege onduidelijkheid over de meter en de betaalde voorschotten.

De verhuurder baseert zijn vordering op een jaarnota van een energieleverancier en foto's van meters, maar de huurder betwist dat deze meter betrekking heeft op het gehuurde adres en het bestaan van een tussenmeter. De rechter constateert dat de jaarnota en meterfoto's onvoldoende duidelijkheid verschaffen over het gasverbruik van de huurder.

De verhuurder heeft na gelegenheid daartoe geen nadere onderbouwing gegeven. Gezien de betwisting van de huurder staat niet vast dat er nog een openstaand gasverbruik is. Daarom wijst de kantonrechter de vordering af en veroordeelt de verhuurder in de proceskosten.

Uitkomst: De vordering tot betaling van de afrekening gasverbruik wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 11081536 \ CV EXPL 24-2185
Vonnis van 4 december 2024
in de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. M.G. Lodewijk, IP Nederland incasso en juristen,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. F.E.L. Teerling.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- [eiser] heeft geen conclusie van repliek genomen.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[gedaagde] heeft van (de rechtsvoorganger van) [eiser] de woning gehuurd aan de [adres 1] te [woonplaats 2] (hierna: het gehuurde).
2.2.
[eiser] vordert van [gedaagde] betaling van de afrekening van het gasverbruik over de periode 8 september 2021 tot en met 13 oktober 2022 van in totaal € 1.846,68.
2.3.
[gedaagde] heeft deze factuur onbetaald gelaten.

3.Het geschil

3.1.
[eiser] vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 2.273,33, bestaande uit € 1.846,68 aan hoofdsom (afrekening gasverbruik), € 335,17 aan vergoeding buitengerechtelijke kosten inclusief de daarover verschuldigde btw, € 91,48 aan vervallen rente tot 3 april 2024 en vermeerderd met de proceskosten.
3.2.
[gedaagde] voert verweer en stelt dat de vordering van [eiser] niet duidelijk is, dat er geen rekening is gehouden met de door [gedaagde] betaalde voorschotbedragen voor de servicekosten en dat zij niet bekend is met een tussenmeter. [gedaagde] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiser] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] , met veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
[eiser] baseert zijn vordering ten aanzien van het gasverbruik van [gedaagde] op de als productie 4 overgelegde jaarnota van Greenchoice over de periode 10 september 2021 tot en met 1 september 2022 en de als productie 5 overgelegde foto’s van meters. [gedaagde] betwist dat hieruit het gasverbruik van haar kan worden herleid. De kantonrechter overweegt hierover als volgt.
4.2.
Uit de jaarnota van Greenchoice blijkt dat het gasverbruik wordt afgerekend voor de meter op het adres [adres 2] te [woonplaats 2] . Handmatig zijn er op deze jaarnota andere begin- en eindstanden vermeldt. De kantonrechter deelt de opvatting van [gedaagde] dat niet duidelijk is geworden waarom deze jaarnota van de [adres 2] te [woonplaats 2] als basis dient voor het in rekening gebrachte gasverbruik van [gedaagde] op het gehuurde adres, te weten de [adres 1] te [woonplaats 2] . Daarnaast komt het gasverbruik van de jaarnota niet overeen met het gasverbruik dat [eiser] op zijn factuur (productie 2) heeft vermeld. Verder geeft [eiser] aan dat het verbruik van [gedaagde] door een tussenmeter is gemeten, maar [gedaagde] heeft het bestaan van een dergelijke tussenmeter betwist. De door [eiser] overgelegde foto’s van meters brengen hierin ook geen duidelijkheid. Daarmee is niet vast komen te staan of, en zo ja welke, van de als productie 5 overgelegde foto’s de meter van het gehuurde is.
4.3.
Ondanks dat [eiser] daartoe in de gelegenheid is gesteld, is van hem geen conclusie van repliek ontvangen. Een nadere onderbouwing van zijn stellingen is door [eiser] uitgebleven. Gezien de gemotiveerde betwisting van [gedaagde] staat niet vast dat er sprake is van een gasverbruik van [gedaagde] dat nog moet worden afgerekend. Dit brengt met zich mee dat de vordering van [eiser] zal worden afgewezen.
4.4.
[eiser] wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:
- salaris gemachtigde
204,00
(1 punt × € 204,00)
- nakosten
102,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
306,00
5. De beslissing
De kantonrechter
5.1.
wijst de vorderingen van [eiser] af,
5.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 306,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.J. Quaedackers en in het openbaar uitgesproken op
4 december 2024.
VC