De huurder huurt sinds 1 september 2024 woonruimte van verhuurder tegen een kale huurprijs van €850 per maand. Verhuurder verving op 21 november 2024 de sloten nadat de huur over november niet was betaald en sloot de huurder buiten, waarna huurder aangifte deed van huisvredebreuk.
Verhuurder stelde dat het pand een hotel is en de huur derhalve korte duur betreft zonder huurbescherming, en dat de huur met de opzegging was geëindigd. De kantonrechter oordeelde echter dat het pand naar zijn aard woonruimte is, mede gelet op het huurcontract, verklaringen, en de inrichting van het pand, waardoor huurbescherming geldt.
De kantonrechter stelde vast dat het vervangen van de sloten zonder toestemming van huurder eigenrichting is en in strijd met de verplichting tot het verschaffen van ongestoord huurgenot. Daarom werd verhuurder verplicht om huurder onmiddellijk toegang te verlenen en werd een verbod opgelegd om de toegang opnieuw te ontzeggen, onder dreiging van een dwangsom.
De vorderingen van verhuurder tot ontruiming en betaling van huur werden afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang en onvoldoende bewijs van wanbetaling en overlast. Verhuurder werd veroordeeld tot betaling van proceskosten aan huurder.