Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- de schriftelijke weergave van het mondelinge antwoord
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
- dagvaarding € 107,32
- griffierecht 244,00
- salaris gemachtigde 678,00 (2 x tarief € 339,00)
Rechtbank Limburg
Eiser exploiteerde een onderneming in ramen en deuren en sloot met gedaagde een overeenkomst voor levering en montage van een kamerkozijn en hefschuifpui. Gedaagde tekende de offerte, maar betaalde slechts een deel van de factuur en betwistte de hoogte van de montagekosten. De kantonrechter kwalificeerde de overeenkomst als aanneming van werk en stelde vast dat het bedrag van € 4.654,05 inclusief montage verschuldigd was.
Gedaagde voerde aan dat additionele montagekosten niet waren overeengekomen en dat zij geen kopie van de ondertekende offerte had ontvangen. Eiser kon dit niet overtuigend bewijzen. De factuur leek bovendien dubbele montagekosten te bevatten. Gedaagde betaalde het overeengekomen bedrag pas na dagvaarding.
De kantonrechter kende wettelijke rente toe vanaf de dagvaarding over het openstaande bedrag, maar wees de gevorderde incassokosten af omdat de aanmaningsbrief niet voldeed aan de wettelijke eisen. Gedaagde werd veroordeeld tot betaling van de rente en de proceskosten, terwijl het meer of anders gevorderde werd afgewezen.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 4.654,05 met wettelijke rente vanaf dagvaarding en proceskosten, incassokosten worden afgewezen.