Uitspraak
RECHTBANK limburg
[naam verzoekster] , te [woonplaats] , verzoekster,
Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: [naam vergunninghouder] , te [woonplaats] ,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.
Rechtbank Limburg
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen een omgevingsvergunning voor de tijdelijke opslag van circa 3.000 veldbrandstenen op een perceel met de bestemming 'Groen-Landgoed'. Zij vordert een voorlopige voorziening om de opslag te verbieden, stellende dat zij een gebruiksrecht heeft en dat de opslag de ruimtelijke kwaliteit en cultuurhistorische waarde van het landgoed schaadt.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de opslag reeds heeft plaatsgevonden en dat deze niet onomkeerbare gevolgen heeft, omdat de stenen kunnen worden verwijderd. Tevens is het terrein groot en de opslag beperkt van omvang, waardoor geen spoedeisend belang voor schorsing bestaat. Een schorsing zou ook niet leiden tot verwijdering van de stenen, waarvoor een handhavingsverzoek of civiele procedure nodig is.
Het verzoek om een last onder bestuursdwang aan de vergunninghouder op te leggen wordt als te vergaand beoordeeld, omdat dit buiten de reikwijdte van een voorlopige voorziening valt. Gezien het ontbreken van onverwijlde spoed en het feit dat verzoekster de beslissing op bezwaar kan afwachten, wordt het verzoek afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van onverwijlde spoed en het feit dat de opslag reeds is gerealiseerd zonder onomkeerbare gevolgen.