Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord
- de brief waarin een mondelinge behandeling is bepaald
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
Staat van het gehuurdeGeconstateerde gebreken of wijzigingen
Rechtbank Limburg
De zaak betreft een geschil tussen eiser, beheerder van een gehuurde woonruimte, en de onderbewindgestelde huurder, vertegenwoordigd door haar beschermingsbewindvoerder. Eiser vordert vergoeding van herstelkosten en incassokosten wegens vermeende schade aan het gehuurde na beëindiging van de huurovereenkomst.
De huurovereenkomst was gesloten in 2018 zonder een beschrijving van de staat van het gehuurde bij aanvang. Eiser stelt dat de huurder het gehuurde niet in goede staat heeft achtergelaten en baseert zijn vordering op foto’s, video’s en een offerte voor herstelkosten. De huurder voert verweer dat de gebreken reeds bij aanvang aanwezig waren en dat de vordering onvoldoende onderbouwd is.
De kantonrechter oordeelt dat eiser onvoldoende bewijs heeft geleverd over de staat van het gehuurde bij aanvang, waardoor niet kan worden vastgesteld welke schade door de huurder is veroorzaakt. De vordering wordt daarom afgewezen, behalve voor de laminaatvloer, waarvoor de huurder een gerechtelijke erkenning deed dat deze beschadigd was en vervangen had moeten worden. De kosten hiervan worden vastgesteld op €1.500, waarvan na verrekening van waarborgsommen €150 wordt toegewezen.
De vordering tot buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen omdat de aanmaning niet voldeed aan de wettelijke eisen. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Vordering tot herstelkosten afgewezen behalve €150 vergoeding voor laminaatvloer; incassokosten afgewezen.