Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord,
- de brief waarin een mondelinge behandeling is bepaald,
- de mondelinge behandeling van 29 oktober 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Rechtbank Limburg
Eiseres was sinds november 2021 in dienst bij Care Dienstengroep als medewerker schoonmaak met een arbeidsomvang van 35 uur per week. Vanaf maart 2023 is deze omvang overeengekomen op 35 uur. Na ziekmelding in mei 2023 werd zij door de arbodienst arbeidsgeschikt verklaard, maar hervatte haar werkzaamheden niet op verzoek van Care. Op 8 juni 2023 stuurde eiseres een e-mail waarin zij ontslag nam, wat Care bevestigde. Later ontstond onduidelijkheid over het ontslag en de arbeidsomvang.
Care stelde dat eiseres schriftelijk afstand had gedaan van een deel van haar uren, waardoor haar arbeidsomvang was verminderd tot 17 uur per week, en dat zij conform deze uren was betaald. Eiseres betwistte deze afstand en stelde dat zij geen vervangend werk had gekregen voor de verminderde uren. Zij vorderde betaling van loon over 35 uur per week vanaf maart 2023, inclusief eindejaarsuitkering en buitengerechtelijke kosten.
De kantonrechter oordeelde dat eiseres weliswaar het formulier van 12 juni 2023 had ondertekend, maar de inhoud daarvan anders uitlegde en het formulier van 16 juni 2023 ontkende te hebben ondertekend. Vast stond dat zij vanaf periode 7 van 2023 minder uren werd betaald en dat zij pas in december 2023 protesteerde. Volgens artikel 6:89 BW Pro had zij binnen bekwame tijd moeten klagen over de gebrekkige loonbetaling, wat zij niet had gedaan. Hierdoor werd haar vordering afgewezen. Ook de nevenvorderingen werden afgewezen en eiseres werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De loonvordering van eiseres wordt afgewezen wegens niet tijdig protesteren over vermindering van arbeidsomvang en loonbetaling.