Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek
- de conclusie van dupliek.
Rechtbank Limburg
VGZ heeft een zorgverzekeringsovereenkomst met gedaagde en vordert betaling van achterstallige premies en declaraties. Gedaagde stelt dat de vordering verjaard is en betwist de hoogte en specificatie van de vordering. De rechtbank onderzoekt de verjaring en het bewijs van stuiting door aanmaningen.
De rechtbank oordeelt dat VGZ de verjaringstermijn door meerdere schriftelijke aanmaningen heeft gestuit, waardoor de vordering niet verjaard is. Gedaagde heeft onvoldoende onderbouwd dat hij teveel heeft betaald of dat de declaraties onduidelijk zijn. De rechtbank neemt de niet-ondertekende stukken niet mee.
De rechtbank stelt vast dat de premie van € 300,27 per maand in 2016 niet is bewezen, maar de premie van € 107,95 per maand wel. De vordering wordt toegewezen tot € 2.500, met wettelijke rente vanaf dagvaarding en veroordeling in proceskosten. Het meer gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 2.500 met rente en proceskosten.