ECLI:NL:RBLIM:2024:9777

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
18 december 2024
Publicatiedatum
20 december 2024
Zaaknummer
11377445 \ CV EXPL 24-5434
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:441 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid eiser wegens ontbreken bewindvoerder in procedure huurovereenkomst

Eiser vordert ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde wegens illegale activiteiten en overlast door gedaagde. Gedaagde staat sinds 2015 onder bewind, wat bekend is bij eiser. Volgens vaste rechtspraak moet in procedures over onder bewind gestelde goederen de bewindvoerder worden betrokken.

Eiser heeft de dagvaarding echter niet aan de bewindvoerder betekend, maar aan gedaagde zelf, ondanks dat het bewind sinds 2015 is gepubliceerd in het Centrale Curatele- en Bewindregister. Eiser beroept zich op een domiciliekeuze van de bewindvoerder, maar de kantonrechter oordeelt dat dit niet afdoet aan de vereiste om de bewindvoerder in het geding te betrekken.

Daarom wordt eiser niet-ontvankelijk verklaard in zijn vorderingen en veroordeeld tot betaling van de proceskosten. De kosten aan de zijde van gedaagde worden op nihil vastgesteld.

Uitkomst: Eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betekeningsfout en veroordeeld tot proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 11377445 \ CV EXPL 24-5434
Vonnis van 18 december 2024
in de zaak van
[eiser],
te [woonplaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: E.F.M. Baert van JARI Rechtspraktijk B.V.,
tegen
[gedaagde],
te [woonplaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. B.H.M. Nijsten.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 t/m 12,
- de brief van mr. Nijsten van 30 oktober 2024 waarin hij zich stelt als gemachtigde van [gedaagde] en uitstel vraagt voor het nemen van de conclusie van antwoord,
- de e-mail van [Bewindvoering] van 10 december 2024,
- de e-mail van mr. Baert van 11 december 2024.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald, waarvan de uitspraak is bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
Bij beschikking van 17 november 2015 heeft de kantonrechter van deze rechtbank de (toekomstige) goederen van [gedaagde] vanaf 1 december 2015 onder bewind gesteld. Bij beschikking van 6 september 2023 is [Bewindvoering] met ingang van 16 september 2023 tot opvolgend bewindvoerder benoemd.
2.2.
Dit bewind is op 17 november 2015 gepubliceerd in het openbare Centrale Curatele-en Bewindregister.

3.Het geschil

3.1.
[eiser] vordert – samengevat – dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad,
de huurovereenkomst tussen partijen ontbindt,
toestemming tot ontruiming van het gehuurde verleent,
[gedaagde] veroordeelt tot de noodzakelijke kosten van ontruiming,
[gedaagde] veroordeelt in de proceskosten.
3.2.
[eiser] legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat [gedaagde] in strijd handelt met de bepalingen in de huurovereenkomst. Zij pleegt illegale activiteiten in het gehuurde en veroorzaakt overlast voor overige huurders.

4.De beoordeling

4.1.
Vast staat dat de (toekomstige) goederen van [gedaagde] sinds 1 december 2015 onder bewind zijn gesteld. Artikel 1:441 lid 1 Burgerlijk Pro Wetboek (BW) bepaalt dat tijdens het bewind de bewindvoerder bij de vervulling van zijn taak de rechthebbende in en buiten rechte vertegenwoordigt.
4.2.
Op grond van vaste rechtspraak (zie Hoge Raad 7 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:525) heeft ook een vordering strekkende tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde betrekking op de onder bewind staande goederen. In die uitspraak neemt de Hoge Raad tot uitgangspunt dat, in een geding met betrekking tot een onder bewind gesteld goed, de bewindvoerder, en dus niet de rechthebbende, in rechte dient te worden betrokken. Indien een wederpartij die niet met het bewind bekend was of had behoren te zijn, een geding tegen de rechthebbende zelf aanhangig heeft gemaakt, kan de bewindvoerder in rechte verschijnen om als formele procespartij de procedure over te nemen.
4.3.
Nu vast staat dat het bewind op 17 november 2015 bekend is gemaakt in het Centraal Curatele- en Bewindregister, en [eiser] bovendien in de dagvaarding gewag maakt van het bewind, wordt [eiser] geacht bekend te zijn geweest met het bewind, zodat hij de dagvaarding aan de bewindvoerder had moeten betekenen en niet aan [gedaagde] zelf.
4.4.
In reactie op de e-mail van [Bewindvoering] van 10 december 2024, waarin hij aangeeft dat de dagvaarding niet aan hem betekend is, stelt (de gemachtigde van) [eiser] dat hij als gevolg van een domiciliekeuze door de bewindvoerder de dagvaarding heeft laten betekenen aan het kantooradres van mr. Nijsten en derhalve niet gehouden was de dagvaarding ook aan de bewindvoerder te betekenen. Deze redenering gaat echter niet op, omdat een domiciliekeuze, dat slechts ziet op het adres alwaar de dagvaarding betekend kan worden, verder niets zegt over de in de procedure te betrekken (rechts)personen.
4.5.
Gelet op het voorgaande zal [eiser] dan ook niet in de gelegenheid worden gesteld om de bewindvoerder alsnog in het geding op te roepen. De conclusie is dat de kantonrechter [eiser] niet-ontvankelijk zal verklaren in zijn vorderingen.
4.6.
De proceskosten komen voor rekening van [eiser] , omdat hij ongelijk krijgt. De kosten aan de zijde van [gedaagde] worden tot vandaag begroot op nihil.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
verklaart [eiser] niet-ontvankelijk in zijn vorderingen,
5.2.
veroordeelt [eiser] tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor [gedaagde] worden vastgesteld op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.P.A. Bisscheroux en in het openbaar uitgesproken op 18 december 2024.
RJ