De huurovereenkomst tussen verhuurder en huurder betrof een bedrijfsruimte verhuurd voor een jaar, waarbij een voorschot op servicekosten van €200 per maand werd afgesproken. Na beëindiging van de huurovereenkomst vorderde de verhuurder een bedrag aan naheffing servicekosten van de huurder.
De huurder voerde verweer dat de naheffing niet was onderbouwd en dat hij de algemene bepalingen en bijlagen bij de huurovereenkomst niet had ontvangen. De kantonrechter stelde vast dat de huurovereenkomst wel degelijk een regeling bevatte voor voorschotten en naheffing en dat de huurder de algemene bepalingen had ontvangen.
Echter, de verhuurder slaagde er niet in de kosten van gas en stroom voldoende inzichtelijk en onderbouwd te maken. De overgelegde meterstanden waren onduidelijk, deels onleesbaar en mogelijk van een ander type meter. Ook ontbraken facturen voor de kosten. Hierdoor kon geen bedrag aan naheffing worden toegewezen.
De kantonrechter wees de vordering af en veroordeelde de verhuurder tot betaling van de proceskosten. De borgsom werd niet terugbetaald omdat geen tegenvordering was ingesteld.