Uitspraak
datum : 30 september 2025
Rechtbank Limburg
De kantonrechter van Rechtbank Limburg behandelde een verzoek tot machtiging voor beneficiaire aanvaarding van een nalatenschap met een testamentaire tweetrapsmaking. Verzoeker vroeg machtiging omdat de tweetrapsmaking volgens hem een making of gift met lasten of voorwaarden is, waarvoor op grond van artikel 1:441 lid 2 BW Pro machtiging vereist zou zijn.
De kantonrechter onderzocht of een erfstelling onder een tweetrapsmaking als een making in de zin van deze wetsbepaling valt. Hoewel de wet verschillende definities hanteert, oordeelde de kantonrechter dat erfstellingen niet onder de term making vallen zoals bedoeld in artikel 1:441 lid 2 aanhef Pro en onder b BW, waar deze term uitsluitend op legaten ziet.
Deze interpretatie sluit aan bij de regeling van beneficiaire aanvaarding zonder machtiging volgens artikel 1:441 lid 5 BW Pro en de automatische beneficiaire aanvaarding van artikel 4:193 lid 2 BW Pro. Daarom is machtiging niet vereist en verklaarde de kantonrechter het verzoek niet-ontvankelijk. Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het verzoek om machtiging voor beneficiaire aanvaarding wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat geen machtiging vereist is bij tweetrapsmaking.