Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
primair) heeft geprobeerd zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, althans (
subsidiair) haar heeft mishandeld, door haar met een plank te slaan.
3.De beoordeling van het bewijs
verklaring van de verdachte ter terechtzitting, onder meer inhoudende:
proces-verbaal van bevindingen [12] van 11 mei 2024 met bijgevoegde foto’s van het letsel, onder meer inhoudende:
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf en maatregel
7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
20 dagen x € 35)
49 jaar x € 403)
49 jaar x € 95,96)
8.De vordering tenuitvoerlegging
9.Het beslag
10.De wettelijke voorschriften
11.De beslissing
- verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot een
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperkingop grond van artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht op;
- wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij ten aanzien van parketnummer 03.201906.24 gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij,
- veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op
- bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijk rechter kan aanbrengen;
- legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer] , van € 1.259,16 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 oktober 2025 tot aan de dag der algehele voldoening, en een bedrag van € 45.000,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 juni 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
- bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 266 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op;
- bepaalt dat de verdachte van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde is bevrijd voorzover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade;
- wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij ten aanzien van parketnummer 03.170716.24 toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij,
- veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
- legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer] , van een bedrag van € 1.000,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 11 mei 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
- bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 20 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op;
- bepaalt dat de verdachte van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde is bevrijd voorzover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade;
verklaart verbeurdde volgende in beslag genomen voorwerpen:
- een aansteker (goednummer G1716088);
- een fles (goednummer G17110529);
gelast de teruggavevan de volgende in beslag genomen voorwerpen aan de verdachte:
- tape (goednummer G1715658);
- een vest (goednummer G17110520);
- een vaatdoek (goednummer G17105320);
gelast de teruggavevan de volgende in beslag genomen voorwerpen aan
[slachtoffer]:
- kleding (goednummers G1714754, G1714767, G1714757 en G1714764);
- schoenen (goednummer G1714760);
Vordering tenuitvoerlegging
wijst afde vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf opgelegd in de zaak onder parketnummer 03.031256.23.