Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
medische informatie [3] volgt dat aangever [naam 1] op 30 december 2022 is onderzocht door een arts. De arts heeft letsel waargenomen, te weten: schaafverwondingen op het linker sleutelbeen, op het linker oogkas en op de bekkenkam en een bloeduitstorting rondom de buitenzijde van het rechter oogkas met enige zwelling. De geschatte duur van genezing is een tot enkele weken.
onderzoek aan de telefoon [7] van de verdachte blijkt verder dat zij op 29 december 2022 via WhatsApp de volgende berichten aan medeverdachte [naam 2] heeft gestuurd:
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf
7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot een
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
wijstde vordering van de
benadeelde [benadeelde partij] partij gedeeltelijk toeen
€ 750,00, bestaande uit immateriële schade, voor welk bedrag de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk aansprakelijk is, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 december 2022 tot aan de dag der algehele vergoeding;
- veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
- bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in de vordering en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
- legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [benadeelde partij] , van een bedrag van € 750,00, bestaande uit immateriële schade, voor welk bedrag de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk aansprakelijk is, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 december 2022 tot aan de dag der algehele voldoening;
- bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast