Een medewerker van de Belastingdienst werd verdacht van het onbevoegd wijzigen van twee definitieve belastingaanslagen en het zonder geldige reden raadplegen van systemen. Ondanks haar ontkenning toonden loggegevens en een integriteitsonderzoek aan dat de wijzigingen met haar user-ID en laptop waren uitgevoerd. Tijdens het onderzoek gaf zij wisselende verklaringen over haar contact met de belastingplichtige.
De Staat verzocht ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van verwijtbaar handelen, subsidiair wegens een verstoorde arbeidsverhouding. De kantonrechter oordeelde dat de integriteit en betrouwbaarheid van ambtenaren essentieel zijn en dat de medewerker ernstig verwijtbaar heeft gehandeld door de onrechtmatige mutaties en het oneigenlijk systeemgebruik.
Herplaatsing was niet mogelijk vanwege het ernstige vertrouwenstekort. Het opzegverbod tijdens ziekte was niet van toepassing omdat het verzoek geen verband hield met arbeidsongeschiktheid. De arbeidsovereenkomst werd ontbonden met ingang van 17 oktober 2025, zonder toekenning van transitievergoeding. De medewerker werd veroordeeld in de proceskosten.