Werknemer was sinds november 2024 in dienst bij werkgever op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van zeven maanden. Werkgever informeerde werknemer op 6 mei 2025 via WhatsApp dat het contract niet werd verlengd, zes dagen te laat volgens de wettelijke aanzegtermijn. Werknemer verzocht betaling van aanzegvergoeding, openstaande overuren, niet opgenomen vakantiedagen en omzetvergoeding.
De kantonrechter oordeelde dat de schriftelijke aanzegging te laat was en veroordeelde werkgever tot betaling van een aanzegvergoeding naar rato van zes dagen. De vordering tot betaling van openstaande overuren werd afgewezen omdat werknemer onvoldoende bewijs leverde en werkgever de urenadministratie deugdelijk bijhield. De vordering tot betaling van niet opgenomen vakantiedagen werd toegewezen omdat werkgever de registratie aan werknemer had overgelaten en werknemer gemotiveerd had weersproken vakantiedagen te hebben opgenomen.
De omzetvergoeding werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing door werknemer. De wettelijke rente over de toegekende bedragen werd eveneens toegewezen. Partijen dragen ieder hun eigen proceskosten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.