ECLI:NL:RBLIM:2025:1099

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
5 februari 2025
Publicatiedatum
7 februari 2025
Zaaknummer
11301053 \ CV EXPL 24-4578
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BWartikel 7.3.2 van de algemene voorwaarden
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot betaling premie en incassokosten na beëindiging verzekering wegens wanbetaling

Univé heeft een verzekeringsovereenkomst gesloten met [gedaagde] voor een Volkswagen Transporter. Vanwege wanbetaling heeft Univé de dekking opgeschort en later de verzekering beëindigd conform de algemene voorwaarden. Univé vordert betaling van de openstaande premie, wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten.

[gedaagde] heeft verweer gevoerd maar heeft nagelaten te reageren op de conclusie van repliek van Univé, waardoor de kantonrechter het verweer onvoldoende onderbouwd acht. Er is geen bewijs van opzegging of vrijwaring door [gedaagde]. Persoonlijke omstandigheden van [gedaagde] worden niet aanvaard als reden om niet te betalen.

De kantonrechter oordeelt dat Univé recht heeft op de gevorderde premie, wettelijke rente en incassokosten. Daarnaast wordt [gedaagde] veroordeeld tot betaling van de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De kantonrechter veroordeelt [gedaagde] tot betaling van openstaande premie, wettelijke rente, incassokosten en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 11301053 \ CV EXPL 24-4578
Vonnis van 5 februari 2025
in de zaak van
UNIVÉ SCHADE N.V.,
gevestigd te Assen,
eisende partij,
hierna te noemen: Univé,
gemachtigde: Flanderijn,
tegen
[gedaagde] ,handelend onder de naam
[handelsnaam],
wonend te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek
- de vervallenverklaring van het recht van [gedaagde] om te concluderen voor dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.Het geschil

2.1.
Tussen partijen staat vast dat [gedaagde] met Univé een verzekeringsovereenkomst heeft gesloten ter zake de Volkswagen Transporter met kenteken [kenteken] . Op de overeenkomst zijn de algemene voorwaarden van toepassing. Vanwege wanbetaling heeft Univé bij brief van 11 augustus 2023 aan [gedaagde] meegedeeld dat de dekking van de verzekering wordt opgeschort. Omdat betaling van de premies daarna ook uitbleef, heeft Univé bij brief van 25 september 2023 ingevolge artikel 7.3.2 van de algemene voorwaarden de verzekering vanwege de wanbetaling beëindigd per 13 oktober 2023.
2.2.
Tegen de achtergrond van de hiervoor weergegeven vaststaande feiten vordert Univé veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 294,94, waarvan € 237,43 aan hoofdsom, € 9,11 aan vervallen wettelijke rente en € 48,40 aan vergoeding buitengerechtelijke incassokosten inclusief btw, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 237,43 vanaf de dag van dagvaarding, alsmede veroordeling van [gedaagde] tot betaling van de proceskosten.
2.3.
[gedaagde] voert verweer.
2.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

3.De beoordeling

3.1.
De kantonrechter stelt voorop dat [gedaagde] door de griffier bij een niet-geretourneerde brief van 13 november 2024 in de gelegenheid is gesteld mondeling of schriftelijk te reageren op de conclusie van repliek van Univé. [gedaagde] heeft echter nagelaten te reageren en heeft evenmin uitstel voor dupliek verzocht. Het had op de weg gelegen van [gedaagde] om gedetailleerd in te gaan op de conclusie van repliek, nu de inhoud daarvan zeker tot aanvullende stellingname of tot toespitsing van het verweer aanleiding gaf.
3.2.
Bij gebreke van een opzegging van de overeenkomst door [gedaagde] en een vrijwaringsbewijs (ter zake dienende bewijzen zijn niet in het geding gebracht) is [gedaagde] op grond van de overeenkomst premie verschuldigd tot het moment dat Univé de overeenkomst heeft beëindigd. Dat de vermeende eigenaar van het voertuig geen medewerking heeft willen verlenen aan het overschrijven van het voertuig van zijn naam, kan niet aan toewijzing van de vordering in de weg staan, nu dat immers niet voor rekening van Univé komt. De door [gedaagde] gestelde persoonlijke omstandigheden ontslaan hem evenmin van zijn verplichtingen uit hoofde van de onderhavige overeenkomst, nu dit omstandigheden betreffen die voor zijn rekening en risico komen. Het vorenstaande brengt mee dat de gevorderde hoofdsom (premies) zal worden toegewezen.
3.3.
De door het enkele betalingsverzuim verschuldigde wettelijke rente ligt eveneens voor toewijzing gereed.
3.4.
Univé heeft voldoende gesteld dat buitengerechtelijke kosten zijn gemaakt, zodat deze vordering ook zal worden toegewezen.
3.5.
[gedaagde] wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Univé worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
137,39
- griffierecht
130,00
- salaris gemachtigde
164,00
(2,00 punten × € 82,00)
- nakosten
41,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
472,39

4.De beslissing

De kantonrechter
3.6.
veroordeelt [gedaagde] om aan Univé te betalen een bedrag van € 294,94, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over € 237,43 vanaf
19 augustus 2024 tot de dag van volledige betaling,
3.7.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 472,39, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.8.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.J. Quaedackers en in het openbaar uitgesproken op
5 februari 2025.
CJ