De rechtbank Limburg behandelde op 31 oktober 2025 de strafzaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van mishandeling en ontucht jegens zijn minderjarige zoon. De mishandeling vond plaats in augustus 2022, de ontucht zou hebben plaatsgevonden tussen oktober en november 2023.
De officier van justitie achtte beide feiten bewezen, maar de verdediging betwistte de ontucht en pleitte vrijspraak wegens onvoldoende bewijs. De rechtbank oordeelde dat het bewijs voor de ontucht onvoldoende was, omdat het uitsluitend gebaseerd was op verklaringen uit één bron, namelijk het slachtoffer, zonder voldoende steunbewijs. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van het ontuchtfeit.
Voor het mishandelingfeit erkende verdachte schuld. De rechtbank stelde vast dat verdachte zijn vijfjarige zoon met een hand had geslagen, wat een rode handafdruk veroorzaakte. Ondanks het feit dat verdachte spijt betuigde en hulp accepteerde, werd de mishandeling als ernstig beoordeeld omdat het de veilige opvoedomgeving schond.
De rechtbank legde een voorwaardelijke taakstraf van 40 uren op met een proeftijd van 2 jaar. De taakstraf kan worden omgezet in 20 dagen gevangenisstraf indien niet naar behoren uitgevoerd. Hiermee werd het verzoek van de officier van justitie tot gevangenisstraf van 24 maanden afgewezen.