In deze civiele procedure betreffende erfrecht stond de bewijsopdracht centraal of gedaagde wist of behoorde te weten dat overboekingen uit de nalatenschap schuldeisers benadeelden en of zij op het moment van vernietiging van deze rechtshandelingen gebaat was. De rechtbank oordeelde dat gedaagde slechts ten aanzien van de eerste overboeking op 14 april 2019 slaagde in het eerste bewijsdeel, omdat zij toen nog geen toegang had tot de bankrekening. Ten aanzien van de tweede overboeking op 29 juli 2019 faalde zij, omdat zij toen wel toegang had en had moeten weten van de schulden.
Verder slaagde gedaagde niet in het tweede bewijsdeel, omdat zij onvoldoende inzicht gaf in de betalingsstromen en bankafschriften niet volledig overlegd had. De rechtbank verklaarde daarom de vernietiging van de rechtshandelingen rechtsgeldig en veroordeelde gedaagde tot terugbetaling van €30.000,- met rente en tot overdracht van de auto binnen veertien dagen, onder dwangsom. Tevens werd een schadevergoeding per gereden kilometer toegekend vanaf datum overlijden erflater.
In reconventie werden vorderingen van gedaagde afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en het feit dat individuele executie op de nalatenschap niet mogelijk is zolang de vereffening loopt. De proceskosten werden gecompenseerd, zodat iedere partij de eigen kosten draagt.