Uitspraak
RECHTBANK Limburg
1.De procedure
- mevrouw [naam 1] , namens BL Investments;
Rechtbank Limburg
Verzoeker heeft bij de rechtbank Limburg verzocht om een voorlopige voorziening te treffen die de tenuitvoerlegging van een ontruimingsvonnis voor zes maanden zou schorsen en om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling. Hij stelt dat hem een adempauze moet worden gegund om een minnelijke schuldregeling te treffen.
BL Investments, de verweerster, betwist dit en voert aan dat verzoeker de betalingsverplichtingen uit het ontruimingsvonnis niet is nagekomen en onduidelijk is of een schuldregeling is gestart. Tijdens de mondelinge behandeling bleek dat verzoeker volgens eigen opgave €450 per maand beschikbaar heeft voor schuldbetaling, terwijl zijn schuldenlast relatief laag is, ook rekening houdend met een mogelijke toekomstige schuld wegens te veel ontvangen huurtoeslag.
De rechtbank oordeelt dat verzoeker onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet kan voortgaan met betalen, zoals vereist voor toepassing van de schuldsaneringsregeling. Ook bij een gunstige veronderstelling van betalingsonmacht is een voorlopige voorziening niet toewijsbaar, omdat toelating tot de schuldsaneringsregeling niet waarschijnlijk is en onvoldoende inzicht is gegeven in de financiële situatie van verzoeker, die op uitzendbasis werkt. Daarom verklaart de rechtbank verzoeker niet-ontvankelijk in beide verzoeken.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoeken tot voorlopige voorziening en schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende aannemelijkheid van betalingsonmacht.