Uitspraak
1.De procedure
- de brief met bijlage van [gedaagde] die bij de rechtbank is binnengekomen op 8 juli 2025 en die wordt aangemerkt als conclusie van antwoord;
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald;
Rechtbank Limburg
A.Z.R. Vastgoed verhuurde vanaf 1 juni 2024 woonruimte aan de huurder, die een huurachterstand liet ontstaan. Na aanmaning en het sluiten van een betalingsregeling die niet werd nagekomen, werden de huurovereenkomsten per 31 mei 2025 ontbonden.
A.Z.R. Vastgoed vorderde betaling van € 3.729,39 plus wettelijke rente en proceskosten. De huurder erkende de achterstallige huur, maar verscheen niet bij de mondelinge behandeling. De kantonrechter stelde vast dat de vordering grotendeels toewijsbaar was, met aftrek van de waarborgsom.
De buitengerechtelijke incassokosten werden toegewezen tot het bedrag genoemd in de aanmaning, omdat het hogere gevorderde bedrag niet was onderbouwd. De wettelijke rente werd toegewezen vanaf de dag van dagvaarding. De huurder werd veroordeeld tot betaling van het totaalbedrag en de proceskosten, en het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De huurder is veroordeeld tot betaling van de huurachterstand, incassokosten, wettelijke rente en proceskosten.