ECLI:NL:RBLIM:2025:11673

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
26 november 2025
Publicatiedatum
26 november 2025
Zaaknummer
03.239517.24
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping van verweer en strafoplegging in een zaak van voorbereidingshandelingen voor de productie van synthetische drugs

In deze strafzaak, behandeld door de Rechtbank Limburg op 26 november 2025, is de verdachte beschuldigd van het plegen van voorbereidingshandelingen voor de productie van synthetische drugs, het opzettelijk aanwezig hebben van MDMA en amfetamine, en het voorhanden hebben van pepperspray. De zaak is op 27 mei 2025 door de politierechter verwezen naar de meervoudige strafkamer. De verdachte, geboren in 1985 en wonende te Sittard, werd bijgestaan door zijn advocaat, mr. B.M.R. te Baerts. Tijdens de zitting op 12 november 2025 was de verdachte niet aanwezig, maar zijn raadsvrouw pleitte voor vrijspraak op basis van een verweer volgens artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering, waarbij zij stelde dat de politie onrechtmatig had doorzocht. De rechtbank oordeelde dat de verbalisanten zich op grond van artikel 9 van de Opiumwet toegang tot de aanhanger mochten verschaffen, en verwierp het verweer. De rechtbank achtte bewezen dat de verdachte goederen voorhanden had die bestemd waren voor de productie van amfetamine, en dat hij opzettelijk 14,55 gram amfetamine en 33,50 gram MDMA aanwezig had. De verdachte werd vrijgesproken van het medeplegen van de feiten, maar kreeg een taakstraf van 180 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden opgelegd, met inachtneming van zijn persoonlijke omstandigheden.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht
Strafrecht
Parketnummer : 03.239517.24
Tegenspraak (gemachtigde raadsvrouw)
Vonnis van de meervoudige kamer van 26 november 2025
in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboortegegevens] 1985,
wonende te [adres 1] .
De verdachte wordt bijgestaan door mr. B.M.R. te Baerts, advocaat kantoorhoudende te Maastricht.

1.Onderzoek van de zaak

De zaak is op 27 mei 2025 door de politierechter verwezen naar de meervoudige strafkamer van de rechtbank. De zaak is vervolgens inhoudelijk behandeld op de zitting van 12 november 2025. De verdachte is niet verschenen. Wel is verschenen zijn gemachtigde raadsvrouw. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2.De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte op
23 juli 2024 te Sittard:
feit 1:al dan niet tezamen met anderen ter voorbereiding en/of bevordering van de productie van amfetamine goederen en middelen voorhanden heeft gehad waarvan hij wist of ernstige reden had om te vermoeden dat die daarvoor waren bestemd;
feit 2:opzettelijk ongeveer 14,55 gram amfetamine en/of ongeveer 33,5 gram MDMA aanwezig heeft gehad;
feit 3:een of meer kentekenplaten heeft geheeld;
feit 4:pepperspray voorhanden heeft gehad.

3.De beoordeling van het bewijs

3.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat op basis van de inhoud van het dossier de heling van de Duitse kentekenplaten niet kan worden bewezen. De verdachte moet daarom van feit 3 worden vrijgesproken.
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het medeplegen van het verrichten van voorbereidingshandelingen voor de productie van amfetamine (
feit 1), het opzettelijk aanwezig hebben van 14,55 gram amfetamine en 33,50 gram MDMA (
feit2) en het voorhanden hebben van pepperspray (
feit 4).
3.2
Het standpunt van de verdediging
359a Sv-verweer
De raadsvrouw heeft primair vrijspraak bepleit van alle feiten. De politie heeft meer gedaan dan zoekend rondkijken, waartoe zij na de toestemming van de verdachte om zijn woning te betreden, bevoegd waren. Het opzij trekken van het zeil en het door de ontstane kier fotograferen van de lading van de aanhanger moeten worden beschouwd als een doorzoeking: het gaat veel verder dan het zoekend, met de handen op de rug, rondkijken. Voor een doorzoeking ontbrak op dat moment een machtiging. Dit levert een onherstelbaar vormverzuim op, dat volgens de raadsvrouw met toepassing van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) moet leiden tot uitsluiting van het bewijs van alles wat in het daaropvolgende onderzoek aan belastend materiaal is vergaard. Niet alleen is onrechtmatig doorzocht, maar ook is hierover bewust onjuist en onvolledig geverbaliseerd. Slechts nadat de verdediging de beelden van de bodycam had opgevraagd, kwam aan het licht dat bij het zoekend rondkijken grenzen waren overschreden. Het is van belang dat aan dergelijke vormverzuimen door de rechter vergaande gevolgen worden verbonden: daarvan kan richting de opsporingsdiensten een opvoedende werking uitgaan. De belangen van de verdachte die zijn geschaad, betreffen zijn recht op een eerlijk proces en zijn recht op privacy.
Inhoudelijke bewijsverweren
De raadsvrouw heeft subsidiair vrijspraak bepleit van feit 1. Het dossier bevat onvoldoende bewijs dat de verdachte wetenschap had ten aanzien van de goederen. Deze waren aan het zicht onttrokken; een eventuele chemische geur werd overstemd door de lucht van vuilnis die in de garage lag.
Ten aanzien van feit 2 heeft de raadsvrouw zich, gelet op de bekennende verklaring van de verdachte, gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank voor wat betreft de MDMA; van het aanwezig hebben van de amfetamine heeft de raadsvrouw vrijspraak bepleit vanwege het ontbreken van de wetenschap bij de verdachte. De MDMA lag in een vriezer en was aldus aan het zicht onttrokken.
De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van feit 3, omdat op basis van het dossier niet kan worden vastgesteld dat de kentekenplaten uit enig misdrijf afkomstig zijn, noch dat de verdachte ten tijde van het verwerven van deze kentekenplaten dit zou weten of had moeten vermoeden.
Tot slot heeft de raadsvrouw van feit 4 vrijspraak bepleit, omdat de verdachte zich er niet bewust van was dat de pepperspray in zijn slaapkamer lag. Er lag boven op het busje een BH die het busje aan het zicht onttrok.
3.3
Het oordeel van de rechtbank [1]
3.3.1
Vrijspraak feit 3
De rechtbank acht – met de officier van justitie en de verdediging – niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen onder feit 3 ten laste is gelegd. Op basis van het dossier kan niet worden vastgesteld dat de kentekenplaten afkomstig zijn van enig misdrijf. Evenmin is er bewijs dat de verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze kentekenplaten door misdrijf zijn verkregen. De verdachte zal daarom van dit feit worden vrijgesproken.
3.3.2
Bespreking van het bewijsverweer
Omtrent het beroep van de raadsvrouw op bewijsuitsluiting overweegt de rechtbank het volgende.
Aanleiding voor het bezoek aan de woning van de verdachte was een MMA melding, waarin werd gesproken over - onder meer - drugshandel vanuit het pand. Niet in geschil is dat voor het binnentreden van de woning toestemming is verleend door de verdachte. Wanneer de verbalisanten, die zoekend rondkijken in de woning, de inpandige garage betreden, zien zij een aanhanger staan die is afgedekt met een blauw zeil. Direct naast de aanhanger staan twee blauwe vaten zonder dop, gedeeltelijk gevuld met een rode vloeistof. In een ervan steekt een elektrische vloeistofpomp. De verdachte gaf geen toegang tot het openen van de aanhanger.
Anders dan de raadsvrouw heeft aangevoerd, was voor het openen van het zeil van de aanhanger naar het oordeel van de rechtbank geen machtiging tot doorzoeking van de woning nodig. De aanhanger is een ‘voertuig’ in de zin van de Opiumwet.
Artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a van de Opiumwet geeft aan opsporingsambtenaren de bevoegdheid zich de toegang tot vervoermiddelen te verschaffen indien een redelijk vermoeden bestaat dat in het vervoermiddel drugs aanwezig zijn of daarmee worden vervoerd. Verdenking van overtreding van de Opiumwet mag volgens bestendige rechtspraak worden aangenomen op basis van anoniem aan de politie verstrekte informatie, aangevuld met bevindingen ter plaatse. [2] In dit geval was de verdenking dat zich in de aanhanger mogelijk verdovende middelen bevonden niet alleen gebaseerd op de MMA melding, maar ook op de vondst van de twee blauwe vaten, gedeeltelijk gevuld met een vloeistof, die direct naast de aanhanger stonden. De verbalisanten mochten zich aldus op grond van artikel 9 van de Opiumwet de toegang tot de aanhanger verschaffen. De enkele omstandigheid dat de aanhanger in de inpandige garage stond, maakt dit niet anders.
Dit alles brengt de rechtbank tot het oordeel dat er geen vormen zijn verzuimd in de zin van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering, en dat er derhalve geen aanleiding bestaat de resultaten verkregen uit de doorzoeking die volgde op het zien van de lading van de aanhanger, uit te sluiten van het bewijs. De rechtbank verwerpt het verweer.
3.3.3
De overwegingen van de rechtbank
Bewijsmiddelen feit 1
Het
proces-verbaal van bevindingenvan 24 juli 2024 vermeldt, zakelijk weergegeven: [3]
Op 23 juli 2024 gingen wij, verbalisanten [naam 1] en [naam 2] , op verzoek van de wijkagent ter plaatse op de [adres 2] te Sittard om een stopgesprek te voeren. Op 27 januari 2024 was een Meld Misdaad Anoniem melding binnengekomen met de letterlijke tekst: “ Vuurwapens en drugshandel vanuit pand te Sittard”.
Wij, verbalisanten [naam 1] en [naam 2] liepen samen met [verdachte] via de trap naar de kelder/garage. In de kelder kwamen we in een ruimte waar meerdere banken en tafels stonden. Wij, verbalisanten [naam 1] en [naam 2] hoorden dat [verdachte] zei dat hij hier de meeste tijd doorbracht.
Wij, verbalisanten [naam 1] en [naam 2] zagen een deur en vroegen aan [verdachte] waar deze deur toegang tot had. Wij hoorden dat [verdachte] zei, dat deze toegang had tot het andere gedeelte van de garage. Ik, verbalisant [naam 1] , vroeg aan [verdachte] of hij ons deze ruimte wilde laten zien. [verdachte] maakte ons de deur open. Wij, verbalisanten [naam 1] en [naam 2] , zagen dat in deze garage een aanhangwagen stond welke was afgedekt met blauw zeil. Wij, verbalisanten roken een lichte chemische lucht, komende vanaf de aanhanger. Wij, verbalisanten zagen dat naast deze aanhanger twee blauwe vaten stonden. Ik, verbalisant [naam 2] , keek tussen de kieren van het zeil aan de achterzijde van de aanhangwagen door. Ik, verbalisant [naam 2] , zag dat er een aantal vaten en ketels in deze aanhangwagen stonden.
Het
proces-verbaal van doorzoekingvan 25 juli 2024, vermeldt, zakelijk weergegeven: [4]
Op 24 juli 2024 werd de woning [adres 2] te Sittard betreden met een schriftelijke machtiging tot inbeslagname.
De woning [adres 2] te Sittard betreft een vrijstaande woning. De woning heeft een kelder/garage, begane grond en een eerste verdieping.
Vanuit de keuken liep er een trap naar de kelder/garage. Onderaan de keldertrap bevond zich aan de rechterzijde een washok. Vanuit het washok was er een doorgang naar de garage. Onderaan de linkerzijde van de trap was een voorraadhok, vanuit dit voorraadhok was er een doorgang naar soort 'partyruimte', vanuit deze 'partyruimte’ was er een doorgang naar de garage. (…)
In de garage stond een aanhanger met diverse jerrycans en drukvaten. In de aanhanger bevond zich:
- 4 blauwe jerrycans van 20 liter met zoutzuur;
- 1 zwarte jerrycan van 20 liter met fosforzuur;
- 3 witte jerrycans van 20 liter met aceton;
- 1 kookreactieketel met resten van amfetamine;
- 1 refluxkoeler;
- 1 destillatieketel;
- 1 destillatiebuis;
- 1 stoomgenerator;
- 1 tang;
- 1 ratelsleutel.
Het
proces-verbaal bevindingenvan het team Landelijke Faciliteit Ontmantelen (hierna: de LFO) van 25 juli 2024 vermeldt, zakelijk weergegeven: [5]
Op woensdag 24 juli 2024, omstreeks 10.00 uur en later hebben wij een onderzoek ingesteld aan een aanhangwagen staande in de kelder van de woning [adres 2] te Sittard.
De kelderruimte is te betreden via een elektrische schuifdeur. Direct achter de toegangsdeur stond een tandemasser huif aanhangwagen. Gezien vanaf de ingang van de laadruimte van de aanhangwagen stonden rechts naast de aanhangwagen twee jerrycans met een restant rode diesel. In de laadruimte van de aanhangwagen stonden enkele jerrycans, een gedemonteerde destillatie- en kookreactieketel.
Inventarisatielijst
Interpretatie LFO
De kookreactieketel (K9 en K8) zijn in een eerder stadium gebruikt bij de vervaardiging en/of bewerking van synthetische drugs in casu zeer waarschijnlijk amfetamine.
De destillatieketel en koelhuis waren ongebruikt. De stoomgenerator betrof een gemodificeerd bierfust en was in een eerder stadium gebruikt.
Aceton (K2), zoutzuur (K3) en fosforzuur (K4) worden gebuikt bij de vervaardiging en bewerking van pre-precursoren en verschillende (synthetische) drugs.
Overwegingen van de rechtbank
De verdachte is de eigenaar en bewoner van de woning waar in de inpandige garage een aanhanger stond die was beladen met jerrycans met zoutzuur, een jerrycan met fosforzuur, jerrycans met aceton, een kookreactieketel, een refluxkoeler, een destillatieketel, een stoomgenerator, een destillatiebuis en een stoomgenerator. Uit onderzoek van de LFO is gebleken dat de voorwerpen en stoffen die in de laadruimte van de aanhanger stonden, gebruikt worden voor de productie van harddrugs. Naar het oordeel van de rechtbank waren die goederen, in samenhang bezien, bestemd voor het opzettelijk bereiden, bewerken of verwerken van amfetamine, althans een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.
De rechtbank dient thans de vraag te beantwoorden of de verdachte deze goederen voorhanden heeft gehad in de zin van artikel 10a van de Opiumwet. De verdachte heeft hierover verklaard dat de aanhanger niet van hem is, en dat hij niet wist wat erin zat.
Volgens bestendige rechtspraak geldt als uitgangspunt dat een bewoner van een woning geacht kan worden bekend te zijn met alles wat zich in de woning bevindt en daarover ook de beschikking heeft, tenzij er omstandigheden aannemelijk worden waaruit voortvloeit dat dit anders is. Uit het dossier blijkt echter niet van dergelijke omstandigheden. Integendeel: de verdachte heeft over de aanhanger wisselend verklaard. Tegen de politie heeft hij bij de doorzoeking gezegd dat die van [naam 3] was, in zijn verhoor heeft hij stellig ontkend dat hij dit zou hebben gezegd, en weer later heeft hij verklaard dat hij in de veronderstelling verkeerde dat de aanhanger van [naam 3] was, maar dit niet zeker wist. Ook bleken bij de doorzoeking elders in het huis harddrugs te liggen en komt uit de chatgesprekken, die in het dossier zijn opgenomen, naar voren dat de verdachte handelde in verdovende middelen en – mogelijk schertsend – voorstelde deze zelf te gaan maken. De rechtbank is daarom van oordeel dat de verdachte de goederen wel degelijk voorhanden heeft gehad.
Gelet op deze feiten en omstandigheden acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de voor het vervaardigen van amfetamine bestemde goederen niet alleen in zijn machtssfeer had, maar ook wist dat hij deze had, en aldus de productie van amfetamine heeft voorbereid als bedoeld in artikel 10a van de Opiumwet.
Vrijspraak medeplegen
De rechtbank spreekt de verdachte vrij van het medeplegen nu uit de bewijsmiddelen niet volgt dat verdachte nauw en bewust met een ander of anderen heeft samengewerkt.
Bewijsmiddelen feit 2
Het
proces-verbaal van bevindingenvan 24 juli 2024 vermeldt, zakelijk weergegeven: [6]
Op 23 juli 2024 gingen wij, verbalisanten [naam 1] en [naam 2] , op verzoek van de wijkagent ter plaatse op de [adres 2] te Sittard om een stopgesprek te voeren.
Bij een integrale bevraging in het politiesysteem op het benoemde adres zagen wij, verbalisanten [naam 1] en [naam 2] , dat hier stond ingeschreven volgens het Burger Registratie Personen:
- [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1985 te [geboorteplaats] .
Het
proces-verbaal van doorzoekingvan 25 juli 2024, vermeldt, zakelijk weergegeven: [7]
Op 24 juli 2024 werd de woning [adres 2] te Sittard betreden met een schriftelijke machtiging tot inbeslagname.
In de kast van het voorraadhok in de kelder werd een doosje met vermoedelijk xtc en
andere medicamenten aangetroffen en in beslag genomen.
In de vriezer van de koelkast in de 'partyruimte' werd een zakje met vermoedelijk
amfetamine aangetroffen en in beslag genomen.
Het
proces-verbaal onderzoek verdovende middelenvan 29 augustus 2024, vermeldt, zakelijk weergegeven: [8]
Goednummer: 1724661. Dit goed is aangetroffen in de vriezer in de partyruimte, [adres 2] te Sittard. [9]
SIN: AARP5456NL
Omschrijving: Het betrof een transparant kunststof gripzakje, met een oranje gekleurd accent, met daarin crèmekleurige pasta
Gewicht netto: 14,55 gram
Monster
SIN: AAQR7280NL
Plaats veiligstellen: afkomstig uit goed met SIN AARP5456NL
Goednummer: 1724646. Dit goed is aangetroffen in de voorraadruimte in de kelder, [adres 2] te Sittard. [10]
SIN: AARP5381NL
Omschrijving: Het betrof 5 hele en meerdere delen van zeshoekige roze gekleurde
tabletten, met op een zijde de tekst 'qp' en op de andere zijde een afbeelding van een schedel
Gewicht netto: 5,10 gram
Monster
SIN: AAQR7278NL
Plaats veiligstellen: afkomstig uit goed met SIN AARP5381NL
Goednummer: 1724642. Dit goed is aangetroffen in de voorraadruimte in de kelder, [adres 2] te Sittard. [11]
SIN: AARP5379NL
Omschrijving: Het betrof roze gekleurde tabletten die wij op basis van uiterlijke kenmerken ingedeeld hebben in 2 groepen.
Groep 1
SIN: AAQG0179NL
Omschrijving: het betrof 1 hele en meerdere delen van roze gekleurde tabletten.
Gewicht netto: 1,30 gram
Monster
SIN: AAQR7275NL
Plaats veiligstellen: afkomstig uit goed met SIN AAQG0179NL
Groep 2
SIN: AAQG0180NL
Omschrijving: Het betrof 78 hele en meerdere delen van roze gekleurde tabletten
Gewicht netto: 27,10 gram
Monster
SIN: AAQR7277NL
Plaats veiligstellen: afkomstig uit goed met SIN AARP5380NL
Een rapport van het NFI, voor zover inhoudende: [12]
Kenmerk
Omschrijving FO
Conclusie
AARP5456NL
pasta, creme, uit 14,55 gram
bevat amfetamine
AARP5381NL
tablet, roze, uit 5,10 gram
bevat MDMA
AAQG0180NL
tablet, roze, 27,10 gram
bevat MDMA
AAWG0179NL
tablet, roze, 1,30 gram
bevat MDMA
De verdachte [verdachte]is op 25 juli 2024 door de politie verhoord. Tijdens dat verhoor heeft de verdachte, zakelijk weergegeven, het volgende verklaard: [13]
M: In de kast van het voorraadhok in de kelder werd een doosje met vermoedelijk xtc en andere medicamenten aangetroffen en in beslag genomen.
V: Wat kun jij hierover verklaren?
A: Ja dat zijn dingetjes die ik heb die gebruik ik wanneer ik drugs wil gebruiken.
V: Dat zijn jouw XTC pillen?
A: Ja.
Overwegingen van de rechtbank
De MDMA is aangetroffen in de voorraadruimte in de kelder van de woning van de verdachte; de amfetamine lag in de vriezer in de ‘partyruimte’.
De verdachte heeft ten aanzien van de aangetroffen MDMA een bekennende verklaring afgelegd bij de politie.
Ten aanzien van de amfetamine heeft de verdachte verklaard dat hij niet wist dat die in de vriezer lag, en dat de amfetamine mogelijk door iemand anders daar was neergelegd.
Voor de vraag of de verdachte deze verdovende middelen opzettelijk aanwezig heeft gehad, is niet doorslaggevend aan wie de verdovende middelen toebehoren.
Uit de rechtspraak van de Hoge Raad volgt dat voor een bewezenverklaring van ‘aanwezig hebben’ in de zin van art. 2 onder C Opiumwet niet hoeft te kunnen worden vastgesteld dat de verdovende middelen aan de verdachte toebehoren of dat sprake is van beschikkings- of beheersbevoegdheid ten aanzien van de verdovende middelen (vgl HR 21 december 2021, ECLI:HR:2021:1945, r.o. 3.3.2).
Dit aanwezig hebben geldt als misdrijf wanneer wordt tenlastegelegd en bewezenverklaard dat sprake is van opzet (daaronder begrepen voorwaardelijk opzet) op dat aanwezig hebben. Dat betekent dat de verdachte wetenschap moet hebben gehad van de aanwezigheid van de verdovende middelen, of dat hij tenminste bewust de aanmerkelijke kans op de aanwezigheid daarvan moet hebben aanvaard dan wel op de koop toegenomen. De verdachte bewoonde de woning waar de MDMA en de amfetamine werden aangetroffen. De amfetamine lag in de vriezer in de ‘partyruimte’, was niet verborgen en was voor de bewoner van het huis vrij toegankelijk. De vriezer bevond zich niet op een moeilijk zichtbare plek en was eveneens vrij toegankelijk. De verdachte heeft tegenover de verbalisanten ook verklaard dat hij de meeste tijd doorbracht in de betreffende ‘partyruimte’.
De rechtbank hanteert hier eveneens het uitgangspunt dat een bewoner weet welke voorwerpen zich in zijn of haar woning bevinden en dat hetgeen zich daar bevindt, zich ook in zijn of haar machtssfeer bevindt. Van dit uitgangspunt kan in bijzondere gevallen worden afgeweken. Uit het dossier blijkt echter niet dat deze bijzondere omstandigheden zich hebben voorgedaan. Integendeel: uit de inhoud van het dossier, waaronder met name de chatgesprekken, komt naar voren dat de verdachte zelf drugs verhandelde en gebruikte. Dat de verdachte, zoals hij heeft verklaard, regelmatig mensen ontving in de ‘partyruimte’ en meerdere personen een sleutel van zijn woning hadden, maakt nog niet dat de verdachte de amfetamine niet zelf (ook) aanwezig heeft gehad.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank het onder 4 ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen.
Bewijsmiddelen feit 4
Het
proces-verbaal van bevindingenvan 24 juli 2024 vermeldt, zakelijk weergegeven: [14]
Op 23 juli 2024 gingen wij, verbalisanten [naam 1] en [naam 2] , op verzoek van de wijkagent ter plaatse op de [adres 2] te Sittard om een stopgesprek te voeren.
Bij een integrale bevraging in het politiesysteem op het benoemde adres zagen wij, verbalisanten [naam 1] en [naam 2] , dat hier stond ingeschreven volgens het Burger Registratie Personen:
- [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1985 te [geboorteplaats] .
Het
proces-verbaal van doorzoekingvan 25 juli 2024, vermeldt, zakelijk weergegeven: [15]
Op 24 juli 2024 werd de woning [adres 2] te Sittard betreden met een schriftelijke machtiging tot inbeslagname.
In een bakje naast de kledingkast van de slaapkamer op de begane grond werd een busje pepperspray aangetroffen en in beslag genomen.
Het
proces-verbaal van bevindingenvan 28 juli 2024 vermeldt, zakelijk weergegeven: [16]
Goednummer: 1724617. Dit goed is aangetroffen in een bakje naast de kast, op de slaapkamer begane grond, [adres 2] , te Sittard. [17]
Het inbeslaggenomen voorwerp is een zogenaamd traangasbusje (pepperspray).
Op grond van bovenstaande is dit gasbusje een voorwerp dat geschikt is voor het
treffen van personen met een giftige, verstikkende, weerloosmakende, traanverwekkende of soortgelijke stof.
Dit voorwerp betreft een wapen in de zin van Artikel 2 lid 1, categorie II onder 6
van de Wet Wapens en Munitie.
Overwegingen van de rechtbank
Het busje traangast lag in een bakje naast de kledingkast in de slaapkamer van de verdachte.
De verdachte heeft hierover verklaard dat er op zijn slaapkamer een hoop spullen van zijn ex-vriendin lagen en dat hij zich er niet van bewust was dat er een busje met pepperspray lag.
De rechtbank stelt voorop dat voor een veroordeling voor het voorhanden hebben van een wapen in de zin van de Wet wapens en munitie is vereist dat de verdachte zich in meerdere of mindere mate bewust is geweest van de aanwezigheid hiervan.
Zoals hiervoor reeds is overwogen, hanteert de rechtbank hierbij het uitgangspunt dat een bewoner weet welke voorwerpen zich in zijn of haar woning bevinden en dat hetgeen zich daar bevindt, zich ook in zijn of haar machtssfeer bevindt, tenzij er sprake is van bijzondere omstandigheden. Nu niet van dergelijke bijzondere omstandigheden is gebleken, acht de rechtbank het onder 4 ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen.
3.4
De bewezenverklaring
De rechtbank acht bewezen dat de verdachte
feit 1:
op 23 juli 2024 te Sittard, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden en/of bewerken van amfetamine, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden een aantal goederen en middelen voorhanden heeft gehad in de garage van het pand aan [adres 2] :
- een hoeveelheid jerrycans met totale inhoud 80 liter zoutzuur en
- een jerrycan met inhoud 1 liter fosforzuur en
- een hoeveelheid jerrycans met totale inhoud 60 liter aceton en
- een kookreactieketel met resten amfetamine en
- een refluxkoeler en
- een destillatieketel en
- een stoomgenerator en
- een destillatiebuis
waarvan hij, verdachte, wist of ernstige reden had om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit;
feit 2:
op 23 juli 2024 te Sittard opzettelijk aanwezig heeft gehad 14,55 gram amfetamine en 33,50 gram MDMA, zijnde amfetamine en MDMA telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
feit 4:
op 23 juli 2024 te Sittard een wapen van categorie II onder 6 van de Wet wapens en munitie, te weten pepperspray, zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen met giftige, verstikkende, weerloosmakende, traanverwekkende en soortgelijke stoffen, voorhanden heeft gehad.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:
feit 1:
om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, voorwerpen en stoffen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit;
feit 2:
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd
feit 4:
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5.De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6.De straf

6.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert aan de verdachte een gevangenisstraf op te leggen van 7 maanden. Hij heeft zich daarbij gebaseerd op de Richtlijn voor strafvordering voorbereiding/bevordering synthetische drugs van het Openbaar Ministerie. De officier van justitie gaat er daarbij van uit dat de verdachte slechts de rol van katvanger had. Een geldboete of taakstraf acht de officier van justitie gelet op de ernst van de feiten en de persoon van de verdachte niet passend.
6.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft bepleit om bij vrijspraak van feit 1 en bewezenverklaring van de overige feiten toepassing te geven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht. Bij een bewezenverklaring van meer feiten heeft de raadsvrouw verzocht te volstaan met een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf in combinatie met een taakstraf. Een onvoorwaardelijke gevangenisstraf is niet op zijn plaats vanwege de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Tot slot heeft de raadsvrouw verzocht om, in het geval dat het verweer tot bewijsuitsluiting niet wordt gevolgd, over te gaan tot strafvermindering gelet op het ondervonden nadeel door de verdachte.
6.3
Het oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan voorbereidingshandelingen voor de productie van synthetische drugs en het opzettelijk aanwezig hebben van 33,50 gram MDMA en 14,55 gram amfetamine. De productie van en handel in synthetische drugs moeten krachtig worden bestreden. Naast het gevaar voor de volksgezondheid schuilt in de productie van synthetische drugs ook direct gevaar voor schade aan het milieu, veroorzaakt door de vele illegale dumpingen van chemische afvalstoffen in natuurgebieden. Daarbij wijst de rechtbank op het ontploffingsgevaar dat bij de productie van synthetische drugs aanwezig is. Bovendien gaat er van de georganiseerde drugshandel in toenemende mate een ondermijnend effect uit.
Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van pepperspray. Het voorhanden hebben van een dergelijke wapen kan een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich brengen. De verdachte heeft door zijn handelen aan dit alles bijgedragen.
Bij de bepaling van de strafmodaliteit en de hoogte van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de uitzonderlijke persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting is gebleken dat de verdachte kampt met een zware depressie. De verdachte zal intensieve en langdurige behandeling nodig hebben om hiervan te herstellen. Hij lijkt hier nu de juiste hulp voor te krijgen en er wordt een klinische opname overwogen. Daarnaast is de verdachte in korte tijd zijn werk en zijn huis kwijt geraakt en heeft hij geen contact meer met zijn kinderen. Verder houdt de rechtbank er rekening mee dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor een strafbaar feit en dat er geen aanwijzingen zijn dat de verdachte een grotere rol had dan het stallen van de goederen voor de productie van harddrugs.
De rechtbank is van oordeel dat de door officier van justitie gevorderde gevangenisstraf recht doet aan de ernst van het feit, maar dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelet op de hiervoor genoemde omstandigheden in dit geval niet passend is. De rechtbank zal daarom een forse taakstraf opleggen en daarnaast een voorwaardelijke gevangenisstraf als stok achter de deur om te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw de fout in zal gaan.
Alles afwegend zal de rechtbank aan de verdachte een taakstraf voor de duur van 180 uren opleggen en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden met een proeftijd van 3 jaar. De tijd die verdachte in verzekering heeft doorgebracht, zal in mindering worden gebracht op de opgelegde straf.

7.Het beslag

Onder de verdachte zijn de volgende voorwerpen in beslag genomen:
  • 1 STK gereedschap (G1724577)
  • 1 STK gereedschap (G1724578)
  • 3 STK medicijn (G1724626)
  • 2 STK medicijn (G1724629)
  • 9 STK medicijn (G1724630)
  • 9 STK medicijn (G1724632)
  • 6 STK medicijn (G1724633)
  • 1 STK verdovende middelen (G1724656)
  • 1 ZAK verdovende middelen (G1724661)
  • 110 STK medicijn (G1724686)
  • 1 STK verdovende middelen (G1724637)
  • 83 STK verdovende middelen (G1724642)
  • 13 STK verdovende middelen (G1724644)
  • 9 STK verdovende middelen (G1724646)
  • 4 STK verdovende middelen (G1724647)
  • 2 STK verdovende middelen (G1724648)
  • 1 STK verdovende middelen (G1724650)
  • 2 STK verdovende middelen (G1726782)
  • 1 STK verdovende middelen (G1726783)
  • 4 STK Chemicalien (G1724718)
  • 1 STK Chemicalien (G1724719)
  • 3 STK Chemicalien (G1724721)
  • 1 STK Ketel (G1724724)
  • 1 STK Glas (G1724725)
  • 1 STK Ketel (G1724726)
  • 1 STK Gereedschap (G1724727)
  • 1 STK Ketel (G1724728)
  • 1 STK Kluis (G1724689)
  • 1 STK Verdovende middelen (G1724691)
  • 1 BUS Pepperspray (G1724617)
  • 1 STK Kentekenplaat (G1724669)
  • 1 STK Kentekenplaat (G1724671)
  • 2 STK Kentekenplaat (G1724675)
  • 2 STK Kentekenplaat (G1724677)
  • 1 STK Kentekenplaat (G1724680)
7.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft de onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen medicatie gevorderd. Van het gereedschap, de verdovende middelen, de chemicaliën en de pepperspray heeft de officier van justitie de verbeurdverklaring gevorderd. De officier van justitie heeft ten aanzien van de inbeslaggenomen kluis en kentekenplaten de teruggave aan de rechthebbende gevorderd.
7.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verzocht om teruggave van alle persoonlijke spullen aan de verdachte, voor zover de wet zich daartegen niet verzet, en zich voor het overige gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
7.3
Het oordeel van de rechtbank
Teruggave aan de rechthebbende
De rechtbank is van oordeel dat de kluis en de kentekenplaten kunnen worden teruggegeven aan de verdachte, nu er geen verband is tussen deze voorwerpen en de bewezen verklaarde feiten en het ongecontroleerde bezit daarvan niet in strijd is met de wet.
Verbeurdverklaring
De rechtbank oordeelt dat het bewezenverklaarde is begaan met behulp van de gereedschappen en met betrekking tot de chemicaliën, de ketels en het glas, die aan de verdachte toebehoorden, en zal deze voorwerpen daarom verbeurd verklaren.
Onttrekken aan het verkeer
De rechtbank zal de pepperspray, verdovende middelen en medicatie onttrekken aan het verkeer, daar feit 2 met betrekking tot de verdovende middelen is begaan en feit 4 met betrekking tot de pepperspray is begaan, en de voorwerpen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang.

8.De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33, 33a, 36b, 36c en 57 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 2, 10 en 10a van de Opiumwet en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

9.De beslissing

De rechtbank:
Vrijspraak
- verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder
3ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;
Bewezenverklaring
  • verklaart het onder
  • spreekt de verdachte vrij van wat onder
Strafbaarheid
  • verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder
  • verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
  • veroordeelt de verdachte tot een
  • bepaalt dat de straf
  • veroordeelt de verdachte voor tot een
  • beveelt dat indien de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht,
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze taakstraf
in minderingzal worden gebracht,
naar rato van twee uren per dag;
Beslag
-
verklaart verbeurdde volgende in beslag genomen voorwerpen:
  • 1 STK Gereedschap (G1724577);
  • 1 STK Gereedschap (G1724578);
  • 4 STK Chemicalien (G1724718);
  • 1 STK Chemicalien (G1724719);
  • 3 STK Chemicalien (G1724721);
  • 1 STK Ketel (G1724724);
  • 1 STK Glas (G1724725);
  • 1 STK Ketel (G1724726);
  • 1 STK Gereedschap (G1724727);
  • 1 STK Ketel (G1724728);
-
onttrekt aan het verkeerde volgende in beslag genomen voorwerpen:
  • 3 STK Medicijn (G1724626);
  • 2 STK Medicijn (G1724629);
  • 9 STK Medicijn (G1724630);
  • 9 STK Medicijn (G1724632);
  • 6 STK Medicijn (G1724633);
  • 1 STK Verdovende Middelen (G1724656);
  • 1 ZAK Verdovende Middelen (G1724661);
  • 110 STK Medicijn (G1724686);
  • 1 STK Verdovende Middelen (G1724637);
  • 83 STK Verdovende Middelen (G1724642);
  • 13 STK Verdovende Middelen (G1724644);
  • 9 STK Verdovende Middelen (G1724646);
  • 4 STK Verdovende Middelen (G1724647);
  • 2 STK Verdovende Middelen (G1724648);
  • 1 STK Verdovende Middelen (G1724650);
  • 2 STK Verdovende Middelen (G1726782);
  • 1 STK Verdovende Middelen (G1726783);
  • 1 STK Verdovende Middelen (G1724691);
  • 1 BUS Pepperspray (G1724617);
-
gelast de teruggavevan de volgende in beslag genomen voorwerpen aan
de verdachte:
  • 1 STK Kluis (G1724689);
  • 1 STK Kentekenplaat (G1724669);
  • 1 STK Kentekenplaat (G1724671);
  • 2 STK Kentekenplaat (G1724675);
  • 2 STK Kentekenplaat (G1724677);
  • 1 STK Kentekenplaat (G1724680).
Dit vonnis is gewezen door mr. K.G. Witteman, voorzitter, mr. E.B.A. Ferwerda en
mr. V.C. Andeweg, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.M.E. Adams, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 26 november 2025.
Buiten staat
Mr. Andeweg is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
BIJLAGE: De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat
T.a.v. feit 1:
hij op of omstreeks 23 juli 2024 te Sittard, gemeente Sittard-Geleen, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet,
te weten het opzettelijk bereiden en/of bewerken en/of verwerken van amfetamine,
zijnde amfetamine, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet
voor te bereiden en/of te bevorderen een aantal goederen/middelen voorhanden heeft gehad, (waaronder onder meer)
in de garage van het pand aan [adres 2] :
- een hoeveelheid jerrycans met totale inhoud 80 liter zoutzuur en/of
- een jerrycan met inhoud 1 liter fosforzuur en/of
- een hoeveelheid jerrycans met totale inhoud 60 liter aceton en/of
- een kookreactieketel met resten amfetamine en/of
- een refluxkoeler en/of
- een destillatieketel en/of
- een stoomgenerator en/of
- een destillatiebuis en/of
- een stoomgenerator
waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s), wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat/die feit(en);
T.a.v. feit 2:
hij op of omstreeks 23 juli 2024 te Sittard, gemeente Sittard-Geleen, althans in Nederland,
opzettelijk
aanwezig heeft gehad
ongeveer 14,55 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal
bevattende amfetamine en/of ongeveer 33,50 gram, in elk geval een hoeveelheid van
een materiaal bevattende MDMA,
zijnde amfetamine en/of MDMA
(telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet
T.a.v. feit 3:
hij op of omstreeks 23 juli 2024 te Sittard, gemeente Sittard-Geleen, althans in Nederland,
een of meer kentekenplaten, althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad, en/of heeft overgedragen,
terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof
T.a.v. feit 4:
hij op of omstreeks 23 juli 2024 te Sittard, gemeente Sittard-Geleen, althans in Nederland,
een wapen van categorie II, onder 6 van de Wet wapens en munitie, te
weten pepperspray,
zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen met giftige,
verstikkende, weerloosmakende, traanverwekkende en soortgelijke stoffen voorhanden heeft gehad.

Voetnoten

1.Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie Eenheid Limburg, proces-verbaalnummer PL2300-2024119345, gesloten d.d. 17 oktober 2024, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 797.
2.Hoge Raad 1 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:820
3.Proces-verbaal van bevindingen d.d. 24 juli 2024, p. 13 en 14.
4.Proces-verbaal van doorzoeking d.d. 25 juli 2024, p. 26-28.
5.Proces-verbaal van bevindingen d.d. 25 juli 2024, p. 145-147.
6.Proces-verbaal van bevindingen d.d. 24 juli 2024, p. 13.
7.Proces-verbaal van doorzoeking d.d. 25 juli 2024, p. 26-28.
8.Proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen d.d. 29 augustus 2024, p. 195-200.
9.Kennisgeving van inbeslagneming d.d. 24 juli 2024, p. 302.
10.Kennisgeving van inbeslagneming d.d. 1 augustus 2024, p. 318.
11.Kennisgeving van inbeslagneming d.d. 1 augustus 2024, p. 317.
12.Rapport NFI d.d. 27 augustus 2024, p. 202-205.
13.Proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 25 juli 2024, p. 245.
14.Proces-verbaal van bevindingen d.d. 24 juli 2024, p. 13.
15.Proces-verbaal van doorzoeking d.d. 25 juli 2024, p. 26-28.
16.Proces-verbaal van bevindingen d.d. 28 juli 2024, p. 148-149.
17.Kennisgeving van inbeslagneming d.d. 25 juli 2024, p. 312.